De Landschapstriënnale 2017 is voorbij maar de toekomst begint: dat was de strekking van het Festival van het Landschap op de slotdag, zaterdag 30 september. De volgende generatie landschapsarchitecten, voor wie het volgende landschap het dagelijks werkterrein zal zijn, presenteerde zich op deze feestdag van de Nederlandse Vereniging voor Landschaps- en Tuinarchitectuur, NVTL. Een moment van overpeinzing en feest.

37522022236 9c6cc66e4a o

                                                                                                                     Foto: Daniel Nicolas

Het land leeft lang en mensen leven kort. Het landschap is een zaak van eeuwen, en zelfs snelle veranderingen duren decennia. Het landschap wordt niet alleen gebruikt en beleefd, maar ook gemaakt door mensen. En hoe voortvarend mensen ook te werk gaan, hoe ongeduldig we ook zijn, we zullen altijd rekening moeten houden met de lange adem van het land.

Iedereen die zich met het maakwerk van het landschap bemoeit, doet dat voor een korte periode, ook al is het een mensenleven lang. Het behoud, beheer, herstel en herontwerpwerk is dan ook een taak die van de ene generatie op de andere overgaat. Bij voorkeur blijft bij de wisseling van generaties ook de opgebouwde kennis van het landschap en het maakwerk bestaan, om telkens door nieuwe handen te worden benut.

Dit geldt voor boeren, burgers, bouwers, beleggers, bestuurders, beleidsmakers, terreinbeheerders, waterschappen, wetenschappers, journalisten, ontwerpers en ieder ander, en het geldt dus ook voor landschapsarchitecten. Elk van hen knoopt de dynamiek van het mensenleven vast aan de dynamiek van het land, en allemaal samen proberen ze, als het goed is, een mate van continuïteit te scheppen die recht doet aan het landschap dat niet alleen een lang leven achter zich heeft, maar ook een lang leven voor de boeg zou moeten hebben.

Pilgrim’s Progress

Werken aan het landschap is een estafette. Het lijkt op de gezamenlijke pelgrimsreis uit het lied ‘Pilgrim’s Progress’ van Procol Harum; een lied dat stamt uit 1969, en dus stokoud naar menselijke termen is, maar piepjong gemeten naar het landschap:

I sat me down to write a simple story

Which maybe in the end became a song

The words have all been writ by one before me

We’re taking turns in trying to pass them on

Op die reis moet de vergaarde kennis goed bewaard worden en beschikbaar zijn voor de volgende generaties. Dat geldt niet alleen voor individuele (vak)mensen, maar ook voor instituties, voor overheden en maatschappelijke organisaties. Verzorgen zij hun geheugen goed, in de vorm van archieven en overdracht, of laten ze het verslonzen? Het antwoord stelt niet gerust, maar het lot van het institutioneel geheugen is een kwestie die op een ander moment aan de orde kan komen.

De reis kan alleen voortgaan als er telkens weer een nieuwe, gedreven generatie optreedt met liefde voor het landschap, nieuwsgierigheid naar de geschiedenis, een scherp oog voor het heden, en ideeën voor de toekomst. In de loop van de Landschapstriënnale kwam het elan van de nieuwste generatie al een paar keer tot uitdrukking, tijdens de Summer School en in de presentatie van het ‘Klimaatschap’ door Tim Kort. Op de laatste dag van september voegden zes jonge landschapsarchitecten zich hierbij die hun thema’s en projecten presenteerden in een reeks van zogeheten pecha cucha’s.

(Kroniek #4) (Kroniek #14)

Zwartedozenlandschap

De zes presentaties waren losjes ondergebracht bij twee thema’s, te beginnen met ‘Gezond landschap’.

Peter Hermens nam de voedselketen als leidraad voor zijn onderzoek naar ‘Het mysterie van het voedsellandschap’. De uiteinden van de keten zijn welbekend. Aan het ene uiteinde staat de boer die in de wei, op de akker of in een hightech stal poseert, aan het andere uiteinde de consument in de supermarkt, op de boerenmarkt of in de keuken. Eerder werkte Hermens aan het boerenuiteinde met het dataproject ‘Boer en bunder’. [Zie kroniek …]

Maar de lange weg tussen deze fotogenieke uiteinden is vrijwel onzichtbaar. Hier ligt het ‘zwartedozenlandschap’ van de verwerkende industrie, de megadistributiecentra, de logistiek van container- en vriesvervoer. In deze uitgestrekte blinde vlekken van het landschap wordt 70 procent van het geld in de voedselsector verdiend. Er komt geen ontwerper aan te pas.

Stel je voor dat de héle keten als een ontwerpopgave werd gezien, welke varianten zouden dan denkbaar zijn? Hermens onderscheidt vier scenario’s, die zoals tijdens de triënnale vaker gebeurt in een matrix zijn ondergebracht: de grootschalige ‘Organic Fantastic’ en ‘Supersize Me’, en de kleinschalige ‘Home Grown’ en ‘Silicon Valley’. De presentatie was te kort om ze alle vier uitgebreid te leren kennen – maar de blinde vlek zullen we niet meer over het hoofd zien.

Ongebonden beweging

Thijs Dolders is behalve ontwerper ook fanatiek hardloper en hij verbindt deze twee in het werk van zijn bureau Track Landscapes. Door vrij beschikbare data van tienduizenden hardloop- of fietsbewegingen in een heat map te vangen, maakt hij zichtbaar wat populaire en impopulaire routes zijn, en kan hij analyseren waarom. De kaart geeft inzicht in hoe de groeiende populatie van individuele, niet aan een club verbonden sporters de stad gebruikt.

Zo kon hij opsporen waarom het Rembrandtpark in Amsterdam relatief slecht wordt gebruikt door hardlopers. Een cruciale schakel in het ‘lange rondje’ ontbreekt doordat er bij een herinrichting een waterpartij is aangelegd precies waar het pad zou moeten doorlopen. Ook zijn de rondjes net te kort voor hardlopers die van ronde getallen houden, zoals 3000 of 5000 meter. En in Den Haag werd duidelijk waarom fietsers massaal een onplezierige route kiezen, met veel verkeerslichten en fijnstof, en de veel rustiger parallelroute over het hoofd zien.

Deze bewegingsdata vormen een nieuwe kennisbron voor ontwerpers om een opgave te analyseren en een ontwerpoplossing te onderbouwen. Het raadsel van ‘de gebruiker’ wordt weer iets ontcijferd doordat de ratio zichtbaar wordt in wat voorheen grillig leek.

37538411702 6e7c0f6516 o

                                                                                                                     Foto: Daniel Nicolas

Huisarts

Cor Simon heeft duurzame stedelijke ontwikkeling als thema genomen, maar maakt minstens evenveel indruk met de wijze waarop hij zich presenteert. Hij noemt zich ‘De huisarts van het landschap’ en legt hiermee een begrijpelijke parallel tussen de alledaagse geneeskunde en de heling die het landschap nodig heeft.

De huisarts constateert eerst de symptomen bij de patiënt, stelt dan de diagnose, en komt met behandelingsvoorstel. De zes symptomen zijn: Stinkende stad, Infra-infarcten, Plastic (p)laag, De bloedende bodem, De dalende diversiteit, en Het koortsige klimaat. De diagnose: Gevaarlijke groei. De therapie: Gezonde gemeenschappen. En de zes behandelingen door landschapsarchitectuur: Geneeskrachtig groen, Sappige sponzen, Openbare ontmoetingen (als de meest effectieve antidepressiva), (Milieu)vriendelijke verbindingen, Eeuwig energie en een Circulair systeem.

Samen is dit een breed programma voor duurzame stedelijke ontwikkeling, waarvan de elementen vertrouwd zijn, terwijl ze toch verrassend en bijna onherkenbaar zijn door de opmerkelijke presentatie vol alliteratie, voorzien van prachtige illustraties van de stad als organisme. Het is, aldus Simon, ‘Duurzaamheid voor Dummies’.

Poelen

Ook het tweede thema, ‘Migratie en identiteit’, leende zich als paraplu voor uiteenlopende projecten, waarin migratie als thema duidelijk herkenbaar is terwijl de ontwerpers liever wegblijven van het fixeren van ‘identiteit’.

Robert Kruijt (Arcadis) bracht tijd door in het grote vluchtelingenkamp Zaatari in Jordanië, waar duizenden vluchtelingen uit het nabije Syrië verblijven. Het is in korte tijd ontstaan, en toch zijn in de stedenbouwkundige structuur al verschillende fasen te onderscheiden. Vrijwel alle vluchtelingen komen van het Syrische platteland, afkomstig uit een groen en vruchtbaar landbouwgebied.

Het is goed mogelijk dat het kamp nog jaren zal bestaan, maar het mag desondanks niet de schijn van permanentie krijgen. Niet voor niets ligt het in een kaal en guur gebied; het is voor Jordanië en de internationale donoren niet de bedoeling dat mensen hier willen blijven. Een gevaarlijke consequentie is dat er geen geld wordt gestoken in infrastructuur, bijvoorbeeld in een goede behandeling van afvalwater. Het water verzamelt zich op in smerige poelen, die vaak zo diep zijn dat er al kinderen in zijn verdronken.

Kruijt wilde samen met de bewoners de leefomstandigheden verbeteren. Zij bleken nauwelijks geïnteresseerd in de toekomst van het kamp: hun hart is thuis in Syrië, niet hier. Toch wist Kruijt een aantal van hen te activeren door een beroep te doen op hun landbouwvaardigheid. Op kleine schaal gebruikten ze het afvalwater om grijswatertuinen aan te leggen en te irrigeren, zodat er, op piepkleine schaal, planten zijn gaan groeien in de woestenij. De poelen zijn verdwenen.

Poldernederzetting

Stel je voor dat er in Nederland snel huisvesting moest komen voor een groot aantal binnenlandse ontheemden, hoe zou je dat doen? Die vraag stelde Charlotte van der Woude (MTD Landschapsarchitecten) zich. Door de aanleiding vaag te laten, bleef de beladenheid met oorlog of ramp achterwege, en kon ze zich op de ruimtelijke ontwerpopgave concentreren. Hoe maak je in een hoog tempo een volwaardige nederzetting in het leegste deel van Nederland, de Flevopolder?

Ze ontwierp haar instantdorp op een aantal langgerekte stroken, waarvan telkens twee stroken worden bebouwd en één opengelaten om er een gemeenschappelijk voedselbos te planten. Iedere bewoner mag een eigen huis bouwen, dat na verloop van tijd van worden uitgebreid met een kas. Het voedselbos is, aldus Van der Woude, ‘een tool om een gemeenschap te creëren’.

De nederzetting komt op de plaats van een van de tien dorpen die de polder in het oorspronkelijke ontwerp zou krijgen; later werd dit teruggebracht tot drie. In Van der Woude’s visie kan er in drie jaar tijd een volwaardig dorp groeien. Wat tijdelijk begon, kan vloeiend overgaan naar een permanente status.

37521996286 47778e4cf3 o

                                                                                                                     Foto: Daniel Nicolas

Impuls

Michiel Rouwendaal (MDL) koppelt twee vraagstukken in het Oost-Groningse Bellingwolde aan elkaar. In dit krimpgebied lopen dorpen leeg en staan imposante boerderijen te verkommeren. Tegelijkertijd heeft het gebied een traditie in het opvangen van asielzoekers. Wat wordt er mogelijk als die twee worden gecombineerd?

Rouwendaal stelt voor om twee aangrenzende boerenerven te kopen en twee nieuwe boeren als kwartiermakers aan te stellen. De monumentale boerderij op het ene erf wordt in fasen gerestaureerd. De schuur op het andere erf wordt gesloopt en vervangen door een blok woonkubussen voor asielzoekers. Op de erven komen fruitbomen, later kunnen kassen op het dak worden gebouwd.

Het geleidelijk zich ontwikkelende asielzoekerscentrum kan tegelijkertijd een impuls voor het dorp zijn, een impuls die ook doorwerkt nadat het centrum eventueel weer is vertrokken.

Portefeuille

Zes pitches en twee thema’s zijn onvoldoende om algemene uitspraken over de volgende generatie ontwerpers op te baseren. Duidelijk is dat het aan ontwerpkracht en inventiviteit niet ontbreekt en dat er vanuit verschillende bronnen nieuwe perspectieven, informatiesoorten en technieken worden ingebracht. Er is een voorliefde voor beweeglijkheid en tijdelijkheid – al is het maar om via de tijdelijkheid de beperkingen van starre regels te ontwijken en zo nieuwe ontwikkelingen en verrassingen mogelijk te maken.

Hebben jullie het thema voor jullie onderzoek zelf gekozen, of was het een opdracht?, werd vanuit de zaal gevraagd. Het bleek een wisselwerking van beide te zijn: de jong ontwerpers waren gefascineerd door een onderwerp, verdiepten zich erin, en er bleek ook behoefte te zijn aan hun aldus verworven kennis en vernieuwende inzichten.

‘Ik wil het zelf, en steden zien de urgentie’, zei Cor Simon. Thijs Dolders had dezelfde ervaring: ‘Steeds meer mensen sporten individueel in plaats van zich bij een sportvereniging aan te sluiten, en gemeenten willen daar iets mee. Ook Peter Hermens, die onlangs voor de gemeente Stadskanaal een zonnevisie schreef omdat de gemeente wil kunnen reageren op bedrijven die in Oost-Groningen zonneweiden willen aanleggen: ‘De vraag is er, en als ontwerper kun je het verdiepen en het slimmer en beter maken dan de standaard.’

Hermens: ‘Er is in de samenleving de wil om met deze thema’s aan de slag te gaan, omdat men de noodzaak inziet, maar er is nog een gebrek aan ideeën. Als je als ontwerper wel ideeën hebt, dan heb je een zichzelf vullende orderportefeuille.’

En daarna was het nog lang feest op Landgoed Kleine Vennep.