De architectentitel is een wettelijk beschermde titel in Nederland - en in vele andere landen. Wie voor de titel van architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect of interieurarchitect in aanmerking wil komen moet niet alleen een relevante opleiding hebben gevolgd, maar sinds 2015 daarna ook beroepservaring opdoen op grond van de Wet op de architectentitel.
Rijksbouwmeester Floris Alkemade vroeg Architectuur Lokaal om na te gaan hoe de beroepservaring sinds 2015 verloopt. Hij presenteerde het resultaat van dit onderzoek vanmiddag in het Johan de Witthuis in Den Haag, waar hij een Toogdag organiseerde met tal van betrokken organisaties. De belangstelling voor de beroepservaringperiode - en daarmee voor de Architectentitel - blijkt groot en de deelnemers zijn enthousiast: “Het gaat nu niet meer studeren maar om het leren uit de praktijk, dat is toch anders."

Beroepservaringperiode
Beroepservaring kan zelfstandig worden opgedaan, of via een programma dat wordt aangeboden door de stichting Professional Experience Programme (PEP). Wie afgestudeerd is aan een Academie van Bouwkunst kan zich direct inschrijven in het Architectenregister omdat de beroepservaring deel uitmaakt van de opleiding, die daartoe een buitenschools curriculum bevat.
“Het aantal deelnemers groeit en ook het aantal ontwerpers dat, na het doorlopen van de beroepservaringperiode, in de architectuur een betaalde baan heeft en behoudt, blijft onverminderd hoog. Voordat de beroepservaringperiode in 2015 werd verplicht om je in te kunnen schrijven in het Architectenregister, waren de ervaringen met de vrijwillige beroepservaringperiode al positief. Toen vond 95% van de deelnemers aan Het Experiment of De Beroepservaring een baan in de architectuur. Ondanks de economische crisis. Dat was een hoopvolle en belangrijke boodschap aan de vooravond van het wettelijk verplicht worden van de beroepservaringperiode,” aldus Floris Alkemade. Voor de Toogdag op 14 november nodigde hij Bureau Architectenregister, stichting PEP, onderwijsinstellingen zoals Academies van Bouwkunst, TU Delft, TU Eindhoven, WUR, studenten- en beroepsorganisaties, ministeries en andere betrokkenen uit.

Perspectief
Uit het onderzoek Jonge ontwerpers en beroepservaring 2015-2017 blijkt dat het aantal deelnemers in 2017 zo’n vijf maal hoger is dan in 2015. Ook blijft het aandeel ontwerpers dat, na het doorlopen van de beroepservaringperiode, in de architectuur een baan heeft en behoudt, hoog: zo’n 94%. “Hieruit concludeer ik dat het doorlopen van de beroepservaringperiode aan jonge ontwerpers een aantrekkelijk perspectief biedt. En ook dat mentoren en werkgevers de meerwaarde hiervan zien. Niet voor niets dus dat Ingrid van Engelshoven, minister van OCW, op 16 april 2018 aan de Tweede Kamer schreef dat “nut en noodzaak van de beroepservaringperiode inmiddels door vrijwel alle betrokkenen wordt onderschreven.”

Maatschappelijke meerwaarde
Architectuur Lokaal hield ook interviews met negen jonge ontwerpers over hun beroepservaringperiode. Uit deze gesprekken blijkt dat zij nadenken over hoe je ontwerp kunt inzetten voor maatschappelijke vraagstukken als de energietransitie, circulair bouwen, eenzaamheid onder ouderen, zorg en huisvesting voor vluchtelingen. De jonge ontwerpers geven aan dat deze thema’s voor iedere architect een vanzelfsprekendheid moeten zijn, maar dat dit nu nog niet zo is.
Alkemade is ervan overtuigd dat ontwerpers een belangrijke rol kunnen spelen en zo met ontwerp maatschappelijke meerwaarde kunnen creëren. Wel is daarbij een vraag, hoe ervoor kan worden gezorgd dat de nieuwe ideeën ook landen in de bouwpraktijk. Daaraan wil hij samen met de onderwijsinstellingen, de architectuurinstellingen, de beroepsgemeenschap en Bureau Architectenregister verder inhoud geven.

Download het volledige onderzoek Jonge ontwerpers en beroepservaring 2015-2017.