Beeld DENKWERK

Vormgeven aan het Nederland van morgen: hoe gaan we dat doen?

Klein land, grote keuzes. Wat wil Denkwerk met zijn nieuwste publicatie bereiken? De algemene indruk die het document na lezing achterlaat is dat we vooral niet te rigoureus het roer moeten omgooien als het om de verbouwing van Nederland gaat. De noodzakelijke woningbouw zal volgens Denkwerk voor het grootste deel in de vorm van rijtjeshuizen op nu nog agrarische grond moeten plaatsvinden. En voor de noodzakelijke productie van niet-fossiele energie kijkt Denkwerk naar het buitenland en de herintroductie van kernenergie.

Een ander geluid

Denkwerk slaat een andere, naar eigen zeggen meer realistische toon aan, dan de in de vakwereld heersende standpunten. Tegelijkertijd geven de aannames die in de publicatie worden gedaan, met name als het gaat om de woningbouw- en energieopgave, op zijn zachtst gezegd aanleiding tot discussie. Moeten we daarmee dit plan terzijde schuiven als zijnde ‘reactionair’ of in ieder geval niet ondersteunend voor de door veel vakgenoten noodzakelijk geachte metropoolvorming in Nederland? Daarmee doen we dit verhaal tekort en maken we geen gebruik van de gepresenteerde visie om het debat over de toekomst van Nederland te voeren.

Nationale regie

Laten we omwille van dat debat ook eens kijken welke voordelen en mogelijkheden de voorgestelde oplossingen bieden. En naar de uitgangspunten waar we het wellicht wel mee eens zijn. Om met dat laatste te beginnen: ook in onze vakwereld wordt de roep steeds luider om meer regie vanuit de (rijks)overheid. Systeemwijzigingen en vragen op landelijk niveau – met name vragen over het ‘wat’ – kunnen niet zonder richtlijnen op landelijk niveau. Het ‘hoe’ kan wellicht beter op regionaal niveau worden uitgewerkt. Maar moeten we dan terug naar een RPD [Rijks Planologische Dienst] en een ministerie van VROM? Is de weg terug de weg naar de toekomst? In ieder geval zal een aantal rijkstaken opnieuw ingevuld moeten worden. De uitspraak dat daarbij de sociaal-culturele kant van de zaak meer aandacht behoeft zoals Denkwerk bepleit, kunnen we alleen naar onderschrijven. En de constatering dat het Nederlandse landschap als verbindende factor in de samenleving van groot belang is, ondersteunen wij als vereniging van landschapsarchitecten en -ontwerpers van harte.

Grote ruimtelijke opgaven

Wat de energieopwekking betreft is er eveneens brede consensus dat de keuzes daarover niet alleen op regionale schaal kunnen worden gemaakt. En er is ook grote bezorgdheid over een te grote versnippering van her en der over het land verspreide windmolens en zonneparken. Zonder overkoepelende visie ondermijnt die versnippering niet alleen de kwaliteit van het landschap, maar onttrekt ze hoogwaardige landbouwgrond aan de voedselproductie en kan ze gewenste ontwikkeling van woningbouw frustreren. Niet elke gemeente of regio kan geheel zelfvoorzienend zijn. En wellicht  kan dat ook op nationaal en Europees niveau worden gesteld. Toevallige grenzen hoeven de opgave niet te dicteren, meer regie op nationaal vlak is wenselijk om te kunnen profiteren van regionale kansen en daarbij ook grootschalige gebaren te maken. Discussie hierover is meer dan zinvol.

Over de landbouw is Denkwerk opvallend kort van stof. Het standpunt dat de huidige op export gerichte productie – ten koste van natuur en milieu – niet langer stand kan houden, sluit aan op een breed gedeelde opvatting. Het concentreren van de landbouw in een agrarische hoofdstructuur die wordt gevormd door de beste landbouwgronden, is daarbij een interessante visie die nadere uitwerking verdient. De aandacht voor meer op ecologisch principes gebaseerde landbouw blijft hiermee echter onderbelicht. De stikstofdepositie hangt namelijk als een zwaard van Damocles boven zowel landbouw als woningbouw én heeft grote invloed op natuur en ruimtelijk ontwerp.

Wat betreft mobiliteit, is het verfrissend te lezen dat de oplossing niet wordt gezocht in meer infrastructuur maar in het (veel) beter benutten van bestaande wegen en spoorlijnen. In zogenaamde corridors zou met inzet van automatisering en snelbussen de vervoercapaciteit fors kunnen worden verhoogd. Ook voor de ontsluiting van de periferie is aandacht met Mobility as a Service. Al met al een benadering die aansluit op breed gedragen opvattingen in de vakwereld.

De stellingen die Denkwerk ten aanzien van de woningbouwopgave betrekt stuiten wellicht op de meeste weerstand. Hoe groot is de woningnood nu eigenlijk echt? Wordt die niet vooral bepaald door de kapitaalmarkt (met een uiterst lage rente) dan door een daadwerkelijk tekort aan woningen? En is het rijtjeshuis nu echt de belangrijkste woonvorm van de toekomst? In ieder geval ziet Denkwerk voldoende noodzaak om in het Groene Hart ruimte te zoeken voor die nieuwe woningen.

Met elkaar in gesprek

Het debat over de woningbouwopgave moet maar eens gevoerd worden. Daarbij zijn dogma’s (alleen bouwen in de stad of alleen bouwen in de wei) weinig vruchtbaar. Dat er verdicht moet worden ‘in de stad’ is voor iedereen wel duidelijk. Maar hoeveel groene ruimte wil je daarbij overhouden in de stad? En hoe maak je die het meest effectief? Dat daarnaast ook bouwen ‘in het landschap’ noodzakelijk is, wordt ook steeds meer onderkend. Zelfs Staatsbosbeheer komt met voorstellen om in of langs de rand van boscomplexen te bouwen, om daarmee matig functionerende bossen op te waarderen. En ook in het Groene Hart is het denkbaar dat door middel van woningbouw minder aantrekkelijk landschap kan worden omgezet in zowel uit het oogpunt van natuur als recreatie waardevol landschap. De voorwaarde die Denkwerk koppelt aan het bouwen in het agrarisch gebied – voor iedere hectare bouwgrond wordt ook een hectare natuur gecreëerd – is daarbij een uiterst belangrijk instrument. En de verzeventigvoudiging van de grondwaarde waar Denkwerk over spreekt bij de omvorming van agrarische grond naar bouwgrond, moet ten goede komen aan de maatschappij; zowel stad als landschap.

Samen vormgeven aan nieuwe instrumenten

En daar ligt volgens ons de belangrijkste opgave van de overheid: hoe gaan we samenhangende en integrale regie voeren over de herindeling van het landelijk gebied, op een manier waarbij getroffen partijen een reële vergoeding ontvangen en risicodragers worden beloond en waarbij de overwinst ten goede komt aan het landschap en de samenleving. De NOVI [Nationale Omgevingsvisie] biedt hiervoor vooralsnog geen oplossing. En een grondbedrijf van de overheid is met de opheffing van DLG [Dienst Landelijk Gebied] in 2005 ook niet meer aanwezig.

Kortom: laten we met elkaar in gesprek gaan en zien waar we het over eens zijn. Samen met de overheid kunnen we dan instrumenten ontwikkelen om tot realisatie te komen.   

Ben Kuipers

Voorzitter NVTL

Nederlandse Vereniging van Tuin -en Landschapsarchitecten

Download hier de verkorte versie.