5 vragen aan Laura Vos - NVTL

5 vragen aan Laura Vos

Laura Vos

Details

5 vragen aan is een rubriek op NVTL.nl, social media en in nieuwsbrief Het Kanaal. We laten diverse leden aan het woord: leden die al jaren lid zijn, nieuwe leden, studentleden en bureauleden. Wil je ook meedoen of iemand voordragen? Stuur ons een mail.

Let op, dit interview werd oorspronkelijk in het Nederlands gehouden en wordt automatisch vertaald, het kan kleine onjuistheden bevatten.

Fri 10 April 2026

1. Wil je iets over jezelf vertellen?

Wat ontzettend leuk dat ik hiervoor ben gevraagd! Ik ben Laura Vos, pas afgestudeerd in landschapsarchitectuur aan Delft University of Technology, met een achtergrond in architectuur in Delft en een vrije minor in ecologie en bosbeheer in Wageningen. Oorspronkelijk kom ik uit Brabant, waar ik in een middelgroot dorp ben opgegroeid. Als kind wilde ik altijd al architect worden; ik was voortdurend aan het knutselen, tekenen en dingen aan het maken. Tegelijkertijd had ik van jongs af aan een sterke affiniteit met de natuurlijke omgeving. Mijn ouders namen me veel mee de omliggende bossen in, waar we paddenstoelen onderzochten, bladeren verzamelden en dierensporen probeerden te volgen. De combinatie van ruimtelijk denken en een diepe fascinatie voor natuur heeft me uiteindelijk richting de landschapsarchitectuur geleid.

Inmiddels woon ik bijna vijf jaar in hartje Rotterdam. Juist die overgang van dorp naar stad heeft mijn blik op landschap en stedelijkheid sterk gevormd: enerzijds een blijvend verlangen naar meer groen en een directe relatie met natuur, anderzijds een fascinatie voor de gelaagdheid, tegenstrijdigheden en vele verhalen die de stad in zich draagt.

Wat mij zo fascineert aan ontwerp, natuur en landschapsarchitectuur, is dat elk project je opnieuw confronteert met het feit dat je niet alles kunt weten of controleren. Juist die complexiteit maakt het voor mij een oneindig boeiend vakgebied, waarin ik blijf leren. Mijn ontwerppraktijk stelt daarom context en plek centraal: van specifieke ecologische processen tot esthetische ervaring en ethische inclusiviteit. Ik geloof dat ontwerp betekenisvolle landschappen kan creëren die uitnodigen tot verbondenheid en een meer verweven relatie tussen mens, niet-mens en de natuurlijke wereld.

Afgelopen januari ben ik afgestudeerd in een ontwerpstudio bij Saskia de Wit over de stedelijke tussenruimte in Rotterdam. Sindsdien ben ik als vrijwilliger betrokken bij Stadspark West en werkgroeplid geworden van Young NVTL, om me verder te verbinden met jonge landschapsarchitecten in Nederland. Daarnaast kan ik niet wachten om aan de slag te gaan en ben ik op zoek naar een bureau dat nieuwsgierig is naar mijn ideeën!

 

Visualisatie van het framework ‘toegankelijkheid’ – Fysieke, visuele en mentale toegankelijkheid. Laura Vos, 2026.
A Field guide of Rotterdam’s Left-Over Space, een publicatie die mentaal uitdaagt de stedelijke tussenruimtes te ontdekken. Laura Vos, 2026.
Netwerk van de stedelijke tussenruimte in Rotterdam Noord-West. Hoe kan ontwerp deze ruimtes met elkaar verbinden? Laura Vos, 2026.
Een van de kleinschalige ontwerpingrepen op Spoordijk Spangen, waar de ingang is ontworpen om uit te nodigen, evenals perspectief uit te dagen. Laura Vos, 2026.

2. Je hebt je master in Landschapsarchitectuur aan de TU Delft cum laude afgerond met een scriptie over “(Dis)Enchantment of the Interstitial Space”. Wat fascineert je zo aan de ‘tussenruimtes’ van de stad, en wat zijn de kansen voor deze ruimtes?

Ik ben voor het eerst met de term interstitial spaces in aanraking gekomen tijdens een keuzevak van Saskia de Wit en Monica Veras Morais, waarin we samen met Stadspark West de rafelranden en vergeten plekken van Rotterdam Noord-West onderzochten. Interstitial Spaces betekent ‘de ruimtes tussen ruimtes’: dat wat er overblijft tussen de geplande omgeving, de naden en scheuren van de stad, tussen de spoorwegen en snelwegen. Het zijn veelal wilde plekken die zo buiten het stedelijke grid vallen dat ze geen duidelijke functie of beheer hebben.

Juist deze plekken roepen vaak ongemak op: we zien ze snel als rommelig, onveilig of ‘nutteloos’ in een stad waar ruimte schaars is. Tijdens mijn onderzoek werden juist deze aannames bevraagd, en in veldwerk en gesprekken met bewoners ontvouwde zich een wereld vol leven. Wat mij hierin fascineert, is dat deze ruimtes ons confronteren met onze ideeën over stedelijke natuur en over wie of wat als een legitieme buur in de stad wordt gezien. Ze spiegelen onze opvattingen over controle, rommeligheid, dakloosheid, invasieve soorten en misschien wel het belangrijkste: vrijheid.

In mijn afstudeerthesis positioneer ik deze plekken dan ook als ruimtes die verre van nutteloos zijn. Interstitiële ruimtes zijn zo veel meer dan betekenisloze ‘voids’; ze dragen alternatieve ervaringsgerichte, sociale, esthetische en ecologische kwaliteiten in zich, die de gestructureerde stad vaak niet faciliteert. Naar mijn idee kunnen ze ons voorzien van wildheid, openheid, vrijheid en zelfs een stukje betovering – Enchantment.

In het project probeer ik ze niet volledig te herontwikkelen, maar gebruik landschapsarchitectuur als middel om hun bestaande waarde zichtbaar te maken en perceptie te veranderen. Daarin werkte het thema toegankelijkheid als leidend framework: op fysiek, visueel en mentaal niveau diende mijn ontwerp de toegankelijkheid van Rotterdam’s Interstitial Spaces te verbeteren. Vanuit een set ontwerpprincipes – de Rules for Enchantment – heb ik richtlijnen opgesteld voor hoe deze plekken toegankelijker kunnen worden, terwijl hun sociale en ecologische dynamiek behouden blijft. Uiteindelijk positioneert het project deze ruimtes als een onconventionele vorm van groene infrastructuur voor Rotterdam, die verwondering, zorg en langdurig stewardship kan stimuleren.

3. Je hebt gewerkt als Landscape Designer bij Bespoke Landscapes and Design in Melbourne. Wat waren de grootste verschillen in visie tussen landschapsarchitectuur in Australië en Nederland, en hoe heeft dit je ontwerppraktijk beïnvloed?

Bespoke Landscapes was een klein ontwerpbureau in Melbourne dat is voortgekomen uit een goedlopende landscaping company. Juist de combinatie van ontwerp en uitvoering maakte het een ontzettend dynamische en wederkerige praktijk: vraagstukken rondom constructie, onderhoud en budget hadden direct invloed op het ontwerp, terwijl de uitvoerende tak dankzij de nauwe samenwerking ook complexe maatwerkopgaven kon realiseren. Als eerste werkervaring was dit voor mij enorm leerzaam. Ik kon als beginnend ontwerper bijdragen van begin tot eind en leerde heel realistisch te ontwerpen, met veel aandacht voor de uitvoerbaarheid, budget en aanleg. Ook lag er veel nadruk op inheemse beplanting en de omgang met waterschaarste.

Wat mij daarnaast sterk heeft gevormd, zeker toen ik daarna ging rondreizen, was hoe dicht de Australische samenleving bij haar natuurlijke omgeving staat. Dat is deels onvermijdelijk: de natuur is er tegelijk prachtig, uniek en soms letterlijk levensgevaarlijk. Wonen in bushfire-zones, langdurige droogte waardoor je watertank leeg raakt, of een python op je veranda – het vraagt om een veel directer begrip van natuurlijke processen en systemen om hiermee samen te leven.

Ook de publieke ruimte is ingericht op het beleven en begrijpen van landschap, met boardwalks, natuurzwembaden, wandelroutes, uitzichtpunten en toegankelijke voorzieningen die mensen uitnodigen om natuur actief te ervaren.

In Nederland kunnen we veel van deze ethiek leren. Waar ik in Australië een directe relatie ervoer met klimaat en natuurlijke processen, vraagt de Nederlandse context door ruimtelijke complexiteit om een andere benadering. Juist daarin zie ik een interessante ontwerpopgave: hoe brengen we mensen hier ook weer dichter bij natuur?

Ik zou heel graag met ontwerp weer een stuk wederkerigheid met het landschap terugvinden. Als mensen een relatie kunnen aangaan met hun omgeving, willen ze er ook beter voor zorgen: voor mij is dat misschien wel de ultieme definitie van duurzaamheid.

Zwemmen in de Birrarung of Yarra River was een wekelijks onderdeel van mijn leven in Melbourne, net als dat van vele anderen! Laura Vos, 2023.
Landschappelijke tuin in de uiterwaarden van Olst die gezamenlijk met vrienden en bewoners wordt beheerd, ontworpen, onderzocht, en weer bijgestuurd. Er is een eindbeeld, maar doordat het land beter wordt begrepen, evolueert het ontwerp stap voor stap. Foto Laura Vos, 2025.

4. Als je één ding mocht veranderen aan hoe landschapsarchitectuur wordt onderwezen of toegepast in Nederland, wat zou dat zijn en waarom?

Ik ben me natuurlijk van bewust dat ik net ben afgestudeerd en mijn eigen positie binnen het vakgebied nog aan het vormen ben, maar ik zie zeker thema’s in de Nederlandse landschapsarchitectuur die ik graag verder zou ontwikkelen en die waardevol zouden zijn in het onderwijs!

Allereerst zou dat zijn dat wij Nederlanders toch een beetje een obsessie hebben met functionaliteit, nut en invulling, terwijl landschapsarchitectuur juist ruimte kan creëren voor het spontane, het onontworpen en het onverwachte. Ik zou graag meer aandacht willen voor plekken die niet per se een functie hoeven te hebben, en waar juist ruimte is om te toe-eigenen of agentschap vanuit de gebruiker zelf. In mijn afstudeeronderzoek noemde ik dit Loose Space (Franck & Stevens). Dit kan door ontwerp, maar ook door het behoud van plekken die toevallig zo zijn ontstaan, zoals het Tempelhofer Feld. Meer aandacht voor het onontworpen landschap en ontwerpen die niet volledig geprogrammeerd zijn, lijkt me waardevol voor zowel onderwijs als praktijk.

Daarnaast zou ik graag zien dat ontwerp meer gericht wordt op langdurige betrokkenheid: stewardship. Landschap evolueert voortdurend, en het ontwerp stopt niet bij oplevering! Door betrokken te blijven en samen met bewoners of gebruikers te leren, bij te sturen en aan te passen, kunnen ontwerpen pluriforme eindstadia kennen en beter inspelen op sociale en ecologische processen. Kijken, leren en sturen lijken mij net zo goed bij het vak te horen als plannen en tekenen. Ik weet dat dit in de praktijk vaak moeilijk te realiseren is, maar voorbeelden zoals Essenburgpark in Rotterdam banen de weg.

Tot slot zie ik graag dat esthetiek binnen landschapsarchitectuur meer ruimte biedt voor het bovenstaande. Voor dynamiek, successie, verwildering, toe-eigening en verval. Ontwerpen die verandering toelaten creëren rijkere, betekenisvolle landschappen die veerkrachtig zijn en uitnodigen tot langdurige betrokkenheid.

5. Als commissielid van Young NVTL: welke thema’s, wil je graag inbrengen in de activiteiten van Young NVTL?

Ik ben nog hard aan het ontdekken wat NVTL en Young NVTL precies doen, aangezien ik pas net na mijn afstuderen lid ben geworden. In ieder geval zou ik het leuk vinden om een levendiger, jonger geluid binnen de landschapsarchitectuur te stimuleren. Ik hoor soms dat de sector nogal voorzichtig of braaf opereert. Natuurlijk is bescheidenheid belangrijk, en erkennen dat je niet alles weet of kunt voorspellen is essentieel. Tegelijkertijd denk ik dat er ruimte is voor een cultuur waarin jonge landschapsarchitecten assertiever en uitgesprokener durven te zijn. Zeker nu veel vraagstukken rond onze natuurlijke omgeving complexer en urgenter worden, hebben we een sector nodig die durft te experimenteren en nieuwe perspectieven verkent.

Daarom lijkt het me supertof om bij te dragen aan een platform waar jonge ontwerpers ideeën kunnen delen, onderzoeken, debatteren en van elkaar kunnen leren! Ik zou het leuk vinden om de bovenstaande thema’s te kunnen aankaarten, misschien door middel van lezingen of workshop, of door Grassreads!

Laura Vos aan het werk in de gemeenschappelijke tuin in de uiterwaarden van Olst.