5 vragen aan Suzanne Dirks – Gemeente Utrecht
Details
5 vragen aan is een rubriek op NVTL.nl, social media en in nieuwsbrief Het Kanaal. We laten diverse leden aan het woord: leden die al jaren lid zijn, nieuwe leden, studentleden en bureauleden. Wil je ook meedoen of iemand voordragen? Stuur ons een mail.
Suzanne Dirks is afdelingshoofd van de afdeling Stedenbouw & Landschap van Gemeente Utrecht.
Please note, this interview was conducted in Dutch and has been translated automatically.
- Wie ben je, wat is je achtergrond en wat doe je?
Ik ben Suzanne Dirks en heb de mooie rol van afdelingshoofd van de afdeling Stedenbouw & Landschap van de gemeente Utrecht. Ik ben blij dat ik in deze rol mijn inhoudelijke kennis en ervaring van het ontwerpvak kan inbrengen. Ik geloof erin dat dit zorgt voor andere gesprekken op managementniveau met meer aandacht voor integrale oplossingen. In 2003 ben ik als stedenbouwkundige afgestudeerd aan de TU Delft en sinds die tijd heb ik bij verschillende gemeentes gewerkt aan ontwerpvraagstukken, kaders, stedelijke ontwikkelingen en andere opgave van de stad en de organisatie.
Binnen Utrecht zorg ik ervoor dat we als afdeling goed zijn voorbereid op de vragen die op ons afkomen en dat het vak van ontwerper een plek krijgt in de verschillende projecten, beleidsdocumenten en andere opgave waar we aan werken. Kortom ik verbind, ik positioneer de afdeling en zorg voor het goede gesprek. Daardoor draag ik bij aan goede werkvoorwaarden voor mijn team van landschapsarchitecten en stedenbouwkundige die dagelijks werken aan projecten in de ruimtelijke ontwikkeling in de stad Utrecht. Daarnaast ben ik opdrachtgever voor nieuw beleid zoals de beleidsregel dakopbouwen maar ook de herziening van ons welstandsbeleid, het handboek omgevingskwaliteit.
Alhoewel de inhoud voor mij dichtbij voelt, ligt mijn rol meer op het vlak van bedrijfsvoering en organisatie. Dat betekent eigenlijk dat ik niet dagdagelijks bezig ben met projecten, hiervoor hebben we genoeg professionals in de afdeling, ik richt me meer op de hooflijnen en strategische vragen. En in een stad als Utrecht is het dagelijks genieten van de impact die we met elkaar hebben zoals bij de voor iedereen bekende transformatie van de Singel in de binnenstad maar ook voor plannen als Beurskwartier, later hierover meer.

2. Je geeft bij de gemeente Utrecht leiding aan een grote afdeling waarin stedenbouw en landschap samenvallen. Hoe beïnvloedt deze schaal en opzet jullie dagelijkse ontwerpproces?
We zijn een grote afdeling waarin stedenbouw en landschap samenkomen, met ongeveer 60 ontwerpers, waarvan de helft landschapsarchitecten en de andere helft stedenbouwkundigen. Die omvang geeft ons de mogelijkheid om veel kwaliteit in huis te halen én vast te houden. En tegelijk is het klein genoeg om iedereen te kennen. Door een goede mix van junior-, medior- en seniorprofessionals kunnen kennis en ervaring zich continu ontwikkelen en worden doorgegeven. We zijn hiermee een lerende afdeling met altijd ruimte voor stagiaires en academie studenten. Daarnaast hebben verschillende collega’s zich gespecialiseerd in specifieke thema’s, zoals energietransitie of klimaatadaptatie. Die expertise zetten we organisatiebreed in.
Onze afdeling is gebiedsgericht georganiseerd. Vijf kleinere ontwerpteams zijn ieder gekoppeld aan een stuk stad. En één team aan de stad als geheel. Deze teams beschikken over gebiedskennis, bouwen een netwerk op binnen hun werkgebied en kunnen de ruimtelijke opgaven in hun context benaderen.
Deze kleine teams geven de medewerkers een fijne thuisbasis. Tegelijk zetten we heel bewust in op één samenhangende afdeling met één cultuur en één koers. Collega’s werken dan ook met regelmaat voor een stadsbrede opgave of voor een ander gebied. Dat helpt om kennis uit te wisselen, nieuwe perspectieven op te doen en flexibel om te gaan met werkdruk.
De combinatie van stedenbouw en landschap binnen één afdeling heeft veel invloed op ons dagelijkse ontwerpproces. Doordat beide disciplines vanaf het begin nauw samenwerken, kunnen we ruimtelijke kwaliteit integraal benaderen. Ontwikkelingen in de stad vragen steeds vaker om oplossingen waarbij thema’s als verstedelijking, vergroening, klimaatadaptatie, mobiliteit en energie samenkomen. In een hoogstedelijke omgeving als Utrecht ontkom je er niet aan om dit in samenhang te bekijken. Juist door stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten dagelijks met elkaar te laten optrekken, ontstaan sterkere en meer samenhangende plannen.
3. Hoe rijmt Utrecht de ambitie van een ’10-minutenstad’ met een forse groen- én verdichtingsopgave?
De 10-minutenstad is voor Utrecht juist de strategie om de groei van de stad op een gezonde manier op te vangen. In de RSU 2040 wordt woningbouw en verdichting geconcentreerd rond goed bereikbare knooppunten, zodat dagelijkse voorzieningen, werk, onderwijs en openbaar vervoer dichtbij zijn. Deze nabijheid gaat samen met het beperken van de auto en de inzet op lopen en fietsen. Minder auto’s in de straat maakt ruimte voor andere opgaven, waaronder vergroening. Hierdoor kan de stad groeien zonder overal te verdichten en blijft ruimte behouden voor groen, water en leefkwaliteit. Daarnaast gaat de forse groei gepaard met nieuw hoogwaardig openbaar vervoer. Alleen op deze manier kunnen we de groei van de stad faciliteren op een manier waarbij de stad bereikbaar blijft en er voldoende ruimte is voor fijne plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, bewegen en verblijven. Zeker met de doorontwikkeling naar meer kleinere gezinssamenstellingen en woningen is dit van belang. Het coalitieakkoord 2026-2030 zet de koers van de 10-minutenstad voort. De gemeente wil veel woningen toevoegen in ontwikkelgebieden maar koppelt dit nadrukkelijk aan investeringen in parken, sportvoorzieningen, klimaatadaptatie en biodiversiteit.
4. In projecten zoals Merwedekanaalzone of Cartesius komen veel belangen samen. Wat vraagt dat van jouw regie als afdelingshoofd?
Mijn verantwoordelijkheid ligt bij de kwaliteit van de stedenbouwkundige en landschappelijke plannen. Dat vraagt dat we vanuit stedenbouw en landschap vroegtijdig richting geven aan opgave als verdichting, groen, openbare ruimte en leefkwaliteit. Juist waar belangen onder druk staan, moeten we vanuit vakmanschap en ontwerpkwaliteit de lange termijn scherp voor ogen houden. Dat betekent vaak ook keuzes maken. Deze keuzes maken we samen, nooit alleen vanuit ontwerp, altijd met het brede belang van de stad in ons achterhoofd.
Een helder en overtuigend concept is wat mij betreft de basis om ook gedurende de ontwikkeling vragen een plek te geven en vast te houden aan een plan wat zorgt voor een fijn stuk stad. In plannen als Cartesius, Beurskwartier en Merwedekanaalzone experimenteren we door anders te kijken naar gebiedsontwikkeling en grenzen op te zoeken door te verdichten of een Blue Zone concept in een stad toe te passen. Dat vraagt vaak om nieuwe innovatieve oplossingen die we zelf ontwikkelen in de plannen voor Beurskwartier of samen met marktpartijen in Merwede. In Merwede gaat dit bijvoorbeeld over plinten en de openbare ruimte waar veel druk op ligt en in Cartesius over de samenwerking met de Universiteit die de gezondheid monitort. In Beurskwartier gaat het om innovatie op het gebied van bijvoorbeeld deelmobiliteit en afvalinzameling en collectieve voorzieningen nog een stap verder waardoor de openbare ruimte aan kwaliteit wint in combinatie met een enorme dichtheid. Het vasthouden aan het concept vraagt een lange adem en overtuigingskracht en in deze gevallen is dat geborgd met een kwaliteitsteam of Q-team.
Met een schaalsprong zoals die van Utrecht is het daarnaast een opgave om tegelijk ruimte te bieden aan nieuwe ontwikkelingen en zorg te dragen voor de bestaande stad. We hebben lef nodig om tot goede oplossingen te komen en tegelijk de verantwoordelijkheid om ook aan te geven als het te ver gaat en niet meer bij Utrecht past. In deze tijd van woningnood, energieschaarste en overvolle infrastructuur voelt dat als een complexe en verantwoordelijke rol.
5. Als je vooruitkijkt naar de toekomst van Utrecht, welk project moet de komende jaren exemplarisch worden voor de impact van jouw afdeling?
Als ik vooruitkijk, dan is de nieuwe Omgevingsvisie het project dat exemplarisch moet worden voor de impact van de afdeling Stedenbouw & Landschap. Daar komen de grote ruimtelijke opgaven van Utrecht samen: de verdere uitwerking van de RSU, de ambities uit het coalitieakkoord, de balans tussen verdichting en vergroening, met aandacht voor sociale aspecten zoals betaalbaarheid, ontmoeting, klimaatadaptatie én het verder versterken van Utrecht als dé fietsstad van Nederland. Utrecht neemt daarin al jaren een voorhoedepositie in en blijft investeren in vooruitstrevende maatregelen die lopen en fietsen de meest logische, veilige en aantrekkelijke keuze maken. De inrichting van de stad moet ervoor zorgen dat voorzieningen dichtbij en duurzaam bereikbaar blijven, ook naarmate Utrecht verder groeit.
Tegelijkertijd zit de impact van onze afdeling niet alleen in de grote visies. Juist ook in de dagelijkse praktijk maken we het verschil, bijvoorbeeld door straten, pleinen en buurten groener en klimaatbestendiger te maken. Meer bomen, ruimte voor spelen en een aantrekkelijke openbare ruimte zijn ingrepen die inwoners direct ervaren. En qua projecten, in ons centrum worden veel bestaande juweeltjes omgetoverd zoals het Magazijn de Zon, de Janskerk, Wolvenplein en het Gildekwartier. Het nieuwe grote stadspark van Utrecht heet Rondje Stadseiland. Beurskwartier gaat ontwikkeld worden, hier ontstaat aan de andere kant van het station, het tweede centrum van Utrecht. Naast alle woningbouwontwikkeling is er in Utrecht gelukkig aandacht voor de machinekamer van de stad, Lage Weide. Een belangrijk werkgebied waar we met de recent opgestelde visie een impuls geven. En ook van de wijk Rijnenburg gaan we met elkaar veel leren, dit zal een uniek stuk stad worden binnen Nederland. Voor mij is de grootste impact daarom de combinatie van beide: werken aan een sterke langetermijnvisie én die ambitie stap voor stap zichtbaar maken in de stad van vandaag.