Prijsvraag ontwerp Nationaal Slavernijmuseum
Details
Internationale architectenprijsvraag Nationaal Slavernijmuseum
Locatie: Kop van Java-eiland, Amsterdam
Inschrijftermijn: 12 februari tot en met dinsdag 7 april 2026
Ontwerpteam: bestaande uit een architect, een landschapsarchitect en een of meerdere kennisdragers van het Nederlandse Slavernijverleden
Please note this page was created in Dutch and is being auto-translated to English.
Gemeente Amsterdam lanceert in samenwerking met Stichting Nationaal Slavernijmuseum een internationale architectenprijsvraag voor het ontwerp van het Nationaal Slavernijmuseum. Ontwerpteams uit binnen- en buitenland worden uitgenodigd een visie te ontwikkelen voor een museumgebouw en park op de Kop van Java-eiland.
De gemeente is op zoek naar een ontwerpteam met een architect, een landschapsarchitect en een of meerdere kennisdragers van het Nederlandse Slavernijverleden. Op een later moment wordt een uitvoerend team geselecteerd voor de verdere technische uitwerking en realisatie. Samenwerkingen tussen ervaren bureaus en jonge ontwerpers worden nadrukkelijk aangemoedigd. Het ontwerp voor het gebouw en park moet recht doen aan de historische betekenis, de betekenis van de plek én aan de functie van het museum als publieke ontmoetingsruimte.
Het museum heeft een breed maatschappelijk karakter. In de beoordeling wordt met name gekeken naar hoe het ontwerp ruimte biedt aan diverse perspectieven, representatie en inclusiviteit.
De inschrijving voor de prijsvraag is geopend vanaf donderdag 12 februari 2026. Inschrijven kan tot en met dinsdag 7 april via: https://www.amsterdam.nl/prijsvraag-nationaal-slavernijmuseum. Op deze website is ook meer informatie over de prijsvraagprocedure te vinden. De totstandkoming van het museum wordt mede mogelijk gemaakt door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Het CRa is nauw verbonden aan deze prijsvraag en Rijksbouwmeester Francesco Veenstra zit de jury voor. Rijksadviseur Noël van Dooren vraagt nadrukkelijk aandacht voor deze competitie:
“Opvallend vanuit de landschapsarchitectuur gezien is dat er een belangrijke rol is weggelegd voor een park rondom het ‘open’ gebouw. Een park op de kop van het eiland centraal in de stad is hoe dan ook een bijzondere opgave, maar in deze context is het een opdracht die buitengewone vragen stelt. Het park wordt naast het gebouw, dat dus als iconisch wordt aangeduid, gepositioneerd als een plek voor rust, bezinning en spirituele tradities. Alleen al de beplanting die hier gekozen kan worden is veel meer dan compositie, beschutting, biodiversiteit een deel van het grote verhaal dat hier verteld moet gaan worden. Een mooie relatie ligt bijvoorbeeld in het idee dat het museum een gemeenschappelijke keuken zal omvatten, en het park dus wellicht ook een toeleverende kruiden/groenten/vruchtentuin moet zijn.
De competitie als zodanig, het toekomstige gebouw (open: 2030), het park daaromheen en het museum als museumconcept zullen ongetwijfeld deel worden van de controverse die deze thematiek omringd, of, in het betere geval, daar juist nieuwe richting aan geven. Ik hoop van harte dat ook veel landschapsarchitecten zich af zullen vragen of en hoe zij willen deelnemen. Ik zou haast zeggen: ook wanneer je niet wilt deelnemen is het een relevante gedachtenoefening om echt tot je te laten doordringen wat hier aan de orde is, en hoe ontwerpers zich daarin op moet stellen. Zodat er een culturele plek van grote betekenis kan ontstaan voor heel, zoals de initiatiefnemers suggereren, Caraïbisch én Europees Nederland. Ik zal dit als Rijksadviseur met grote belangstelling volgen.”