The garden of Ada Wille and Bart Vlaanderen - NVTL

The garden of Ada Wille and Bart Vlaanderen

Details

In rubriek De tuin van… vragen we diverse NVTL-leden met een bijzondere privétuin om hun tuin, ontwerp en vakkennis met het NVTL netwerk te delen, via een interview op NVTL.nl, in nieuwsbrief Het Kanaal en op de socials. Dit interview is in het Nederlands gehouden en wordt door de website automatisch vertaald naar het Engels.

De Honddijker Theetuin, onderdeel van het Hof van Vlaanderen, is bij mooi weer iedere zondag open in de maanden mei t/m september vanaf 10.30 uur, behalve de hele maand juli, dan is de theetuin gesloten. Op verzoek kan de tuin opengesteld worden voor groepen (ook in juli) op doordeweekse dagen. Rondleiding met informatie over Biodiversiteit op aanvraag.
Meer informatie: www.honddijkertheetuin.nl
Adres: Honddijk 2, 4101 NP Culemborg

Ada Wille is landschapsarchitect met specialisatie begraafplaatsen en is bureaulid van NVTL. Ze is sinds 1995 fulltime bezig in het funeraire werkveld met haar éénvrouwsburo Wille Landschaps- & Begraafplaatsarchitectuur. Op projectbasis werkt Ada samen met een uitgebreid netwerk van specialisten op het gebied van civieltechniek, natuursteenrestauratie, funeraire historie, kunstenaars, hoveniers e.a.
Meer informatie: www.adawille.nl

Fotocredits: Ada Wille.

Fri 8 May 2026

Kun je meer vertellen hoe Bart en jij hier zijn gekomen en over de oorspronkelijke staat van het terrein. Wat sprak jullie aan de plek aan?

Na 18 jaar klussen aan een huis uit 1900 in Koudekerk aan den Rijn was het huis ‘klaar’ maar gaf Bart aan dat het huis dan wel hem perfect was maar de plek niet. Hij kwam er niet tot rust. Hij werkte als stedenbouwkundige in Amsterdam, maakte lange dagen en ergerde zich bij thuiskomst aan het vele verkeer in de straat en de vliegtuigen op de aanvliegroute van Schiphol. Dus op zoek naar een andere plek. Voor hem was dat Amsterdam of ‘een plek waar ik met een trekker kan rondcrossen’. Welnu dat laatste werd het want in 2014 vonden we een plek aan de oostkant van Culemborg met 1,6 ha land. Het huis was uit 1974 en niet echt interessant, de plek wel. Uitzicht op de polder, 5000m2 tuin rondom en nog 1ha weiland. Wel in de ‘strakke modus’ dus alles netjes en opgeruimd en de verharding met het nodige gif ‘onkruidvrij’ gemaakt. Maar wij zagen de potentie. Middelbare scholen op fietsafstand, treinstation op 10 minuten fietsen. Een schuur en paardenstallen met paardenbak maakt een droom van onze jongste dochter mogelijk: een eigen paard! En onze zoon kreeg eindelijk zijn hond die het erf kon bewaken en lekker los kon lopen. En die tractor voor Bart kwam er natuurlijk ook.

We zijn eerst begonnen met hekken weghalen en bomen, struiken en hagen planten. Later kwamen daar borders bij.

 

Hadden jullie dezelfde of verschillende ideeën, principes of stijlen als landschapsarchitecten, die de ontwikkeling van de tuin hebben beïnvloed?

Vast stond dat natuur voorrang ging krijgen op ons erf. We zijn direct begonnen met de aanplant van bomen, struiken en vaste planten en pasten het strakke maairegime aan zodat er plekken niet gemaaid werden wat meteen opmerkingen van de buren opleverde: ‘jullie hebben een stuk overgeslagen’.

Bart en ik waren een goed team: we schetsten, overlegden en verzonnen telkens ‘projecten’ om samen aan te gaan pakken. We hadden dezelfde smaak en Bart was sterk in hoofd- en bijzaken scheiden. Eerst in hoofdlijn structuur aanbrengen, dan pas de details. De kinderen begrepen er niks van als we met onze oude Volvo weer volgestampt met planten het erf opreden: de tuin was toch al groen en vol? Bart was als reisleider veel op stap geweest langs Engelse tuinen en die inspiratie stopte hij weer in de tuin.

We hebben te weinig tijd gekregen om samen alle plannen uit te voeren maar de hoofdlijnen waren uitgezet en ik kan daar nog steeds op voortborduren.

Wat zijn de mooiste aspecten van, of momenten die je in de tuin hebt meegemaakt?

Omdat ik alles nu alleen beheer kom ik niet meer aan alles toe en blijkt dat als je de regie los moet laten en de natuur haar gang laat gaan er een nieuwe balans ontstaat. Bloeiende distels die je eigenlijk had willen maaien om te voorkomen dat ze zich uitzaaien in de paardenwei, blijken de Koninginnepage uit te nodigen het erf te bezoeken. Een haas die op haar gemak door mijn tuin hupst. Egels met jongen die bij de keukendeur wachten op hun avondsnack. Een erf dat blijkbaar genoeg veiligheid en voedsel biedt voor diverse dieren om zich te vestigen en jongen te krijgen. Zodra je de omstandigheden creëert (de 5 V’s) volgt de natuur vanzelf. Je kan nog zo alles bedenken en aanleggen, tegen de dynamiek van de bodem kan je niet op. Elke keer word ik verrast. Maar ook getroost: we zijn onderdeel van een grote kringloop van leven, dood en nieuw leven. Toen Bart stierf in 2018 was de tuin een grote groene omhelzing die mij overeind hield en tegelijk een groen monument voor Bart (en is dat nog steeds). Ik praat ook nog wel eens hardop tegen Bart over hoe ik iets moet aanpakken. En dan hoor ik ‘m zijn oneliner zeggen: ‘keep it simple stupid’, een goed motto. Hou het simpel en maak je niet te druk.

Als je gerichter gaat kijken ga je ook gerichter (bij)leren: wat zie ik, wat is dat en besef je dat je niet alles zelf hoeft te verzinnen of aan te leggen. Laat maar gaan en kijk wat er dan gebeurt. Ingrijpen kan altijd nog. Zoals ze in Wageningen bij de diploma-uitreiking zeggen: je bent wel afgestudeerd maar niet uitgestudeerd. Zeker op het gebied van kennis over biodiversiteit heb ik mijzelf- mede dankzij de tuin- enorm kunnen ontwikkelen.

Bij rondleidingen hoor ik dan wel eens: en wat doe je hier dan aan? Dat gaat dan bijvoorbeeld over paardenbloemen in mijn gazon. Standaard is mijn antwoord: helemaal niets. En als ik dan vervolgens wijs op de tronkenbij die op de paardenbloem nectar drinkt of stuifmeel verzamelt en vertel dat er meer dan 100 soorten insecten de bloem bezoeken, maar dat vrijwel iedereen hem bestrijdt als onkruid, zijn mensen verrast. Ik merk dat er nog een wereld te winnen valt met mensen leren kijken.

 

‘Wie zich thuis voelt in de natuur, is nooit meer alleen.’

Hoe zie je de relatie en wisselwerking tussen je eigen tuin en je werk als landschapsarchitect?

Ik zie het vooral als een plek waar ik kan experimenteren en ervaring op doe met planten en hoe zij zich gedragen onder verschillende omstandigheden; wat makkelijke planten zijn en mooie combinaties. Maar ook welke planten insecten en vogels trekken en hoe je dat met beheer kan versterken. Daarom verzonnen Bart en ik ook de theetuin: bezoekers laten delen in deze fantastisch mooie woonplek en gelokt met zelfgebakken taartjes en thee ongevraagd informeren over biodiversiteit en wat je daar zelf voor kan betekenen. In mijn werk ben ik al jaren ambassadeur biodiversiteit en daarin valt nog een wereld te winnen. Het winterklaar maken van tuinen bijvoorbeeld zou verboden moeten worden. Mensen beseffen niet hoe slecht dat is voor biodiversiteit en doen het vooral uit een aandrang dat het zo hoort.

Wij zijn ontwerpers en werken vanuit de bodem en dynamiek van de natuur. Het is aan ons om kennis te delen en mensen over te halen verantwoordelijkheid te nemen om het biodiversiteitsverlies te keren. Ook nu de natuur zich teruggetrokken heeft in de stad kunnen we met een juiste inrichting en beheer van onze tuinen een natuurreservaat van formaat realiseren.  Vroege Vogels heeft daar destijds de campagne ‘tuinreservaten’ voor opgezet. Prachtige film is ‘My garden of a thousend bees’. Maar tuintrends sturen vaak nog steeds aan op verstening i.p.v. vergroening. Terwijl we ook voor de koeling en leefbaarheid van onze steden moeten versnellen met die vergroening. Kortom: werk aan de winkel!

Vanuit mijn plek aan de rand van de polder De Geeren ben ik met mede grondeigenaren ook een paar jaar geleden begonnen met het aanplanten van landschapselementen i.k.v. de groen-blauwe dooradering van het buitengebied. Ons ‘Kuilenburger Polderplan’ werd vanuit de provincie ondersteund met subsidie en afgelopen jaar hebben we met de Stichting Fruitmotor en het Deltaplan Biodiversiteitsherstel weer een beplantingsronde gedaan met (fruit)bomen, hagen etc. Langzamerhand kleden we de polder weer aan en keert bijvoorbeeld een doelsoort als de steenuil weer terug. Ik heb net weer controle gehad van de nestkasten op mijn erf door de plaatselijke steenuilenwerkgroep: net als vorig jaar weer 3 kuikens!! Dan kan mijn geluk niet op.

 

In mijn werkgebied – begraafplaatsen – is een deel al parkachtig aangelegd maar een deel ook niet. Daar is nog een enorme vergroeningsslag te maken. En die noodzaak is er. In de meer dan 10 jaar dat ik hier op de klei woon zie ik de klimaatverandering versnellen: een steeds warmer en droger voorjaar. Tijdens onze lessen tuinontwerpen twijfelde Andre van den Eerenbeemt of vijgen wel konden in ons klimaat. Misschien in een patiotuin op het zuiden konden ze de winter overleven. Nu hebben we vijgen die volop vrucht dragen. Hier in Culemborg zie ik zelfs dadelpalmen en bananenbomen in tuinen staan.

Ondanks alle flora op mijn erf zie ik steeds minder hommels en bijen, minder zwaluwen in de stal, pesticiden die alom aanwezig zijn en tot in de nesten van koolmezen en ons oppervlaktewater zijn doorgedrongen. Het is een somber verhaal, maar wel een verhaal dat verteld moet worden. In onze beplantingsplannen kunnen wij bijvoorbeeld aansturen op biologisch gekweekte planten. Vraag creëert bij kwekers aanbod. Met het Nationale Bloembollenweekend probeer ik met Stichting Steenbreek, Beefoundation en The Pollinators Nederland aan het planten van biologische bloembollen te krijgen. Vooral de vroege voorjaarsbloeiers die van grote betekenis zijn voor bijen en hommels die uitgehongerd uit de winterslaap komen en op zoek gaan naar nectar en stuifmeel. Die krokussen die je in het najaar plant kunnen net het verschil maken voor die hommelkoningin om niet uitgeput uit de lucht te vallen.

De 3-30-300 regel en klimaatadaptie-opgave noopt tot vergroening en koesteren van al groene plekken, vooral grote bomen. Vooral die laatste lijken vogelvrij in de openbare ruimte. Kabels worden straffeloos door wortelzones getrokken, wortelzones dicht gestraat. Terwijl tijd in ons vak de grootste frustratie is, wordt de leeftijd en waarde die bomen hebben vaak genegeerd.

Ook op begraafplaatsen is veel angst voor rommel en vooral klachten van bezoekers. Ik heb zelfs meegemaakt dat prachtige grote bomen waren omgezaagd omdat er blaadjes vanaf vielen die dan weggeharkt moesten worden. De vrijwilligers die het beheer deden hielden van kaal, aangeharkt zand… De frustratie die ik dan voel probeer ik om te zetten in energie om die mensen over te halen anders te gaan beheren. Juist begraafplaatsen moeten troostrijke, groene plekken zijn.

Gelukkig zie ik in mijn werkveld ook veel meer aandacht voor natuurinclusief beheer. De vakbladen staan er gelukkig ook vol mee. Maar we moeten met z’n allen nog wel ff een tandje bij zetten is mijn mening.

Wat is je benadering van onderhoud en beheer?

Beheer niet te krampachtig en werk met de natuur mee en niet er tegenin. Pure noodzaak in mijn geval want ik ben beperkt in mijn tijd en kracht. Laat in de herfst alles afsterven en ruim pas in het voorjaar e.e.a. op. Laten we het winterklaar maken van tuinen uitbannen. Beetje wieden, ok, maar laat alle dode stengels en blad alsjeblieft liggen. Maak ‘rommel’-hoekjes met takkenrillen, blad- en takhopen, je kan er bovendien al je snoeiafval in kwijt. We moeten Nederland echt afhelpen van die tuinsmetvrees.

 

‘Als landschapsarchitect ben je een ontwerper en inrichter, maar uiteindelijk is de natuur natuurlijk de beste architect.’

Wat hoop je dat bezoekers meenemen na een bezoek aan de Honddijker Theetuin?

Inspiratie om de natuur toe te laten en niet bang te zijn dat het ‘een grote rommel’ wordt, wat ik vaak hoor. En vooral ook om te genieten, want: ‘A garden is the closest thing to paradise man can achieve on earth’. Ik adviseer vaak om te beginnen met een waterschaal – haal wat bij de kringloopwinkel en zet hem in de buurt van een boom of struik voor vogels die elke dag hun veren moeten wassen en drinken. Pak een bak koffie en ga op afstand observeren. Later schieten mensen mij dan aan met enthousiaste verhalen over dagelijkse badderrituelen van mussen en koolmeesjes. Ha, denk ik dan, je bent aangehaakt en nu wil je meer. ‘Je ziet het pas als je het doorhebt’ zei Cruijff al. Je moet mensen leren kijken. De kennis die wij als landschapsarchitecten hebben moeten we (ook onbezoldigd) overdragen. Met rondleidingen vertel ik zoveel mogelijk over sortiment, beheer en alles wat leeft in mijn tuin. De theetuin is voor mij een medium om mensen te inspireren. Ons businessplan destijds was: als 1% geïnspireerd vertrekt is dat winst. De financiële winst uit de theetuin wordt ook weer volledig geïnvesteerd in de biodiversiteit op het erf: nestkasten, vetbollen, vogelvoer en plantmateriaal. Mijn brood verdien ik met mijn ‘echte werk’.

Nu we nog steeds in de vrije val zitten qua biodiversiteitsverlies, hamer ik er wel steeds meer op dat het noodzaak is en dat eenieder aan zet is binnen zijn/haar mogelijkheden.

“Verbeter de wereld en begin bij je tuin”

(Uitspraak van bijendeskundige Arie Koster.)