5 vragen aan Ceren Yeşil
Details
5 vragen aan is een rubriek op NVTL.nl, social media en in nieuwsbrief Het Kanaal. We laten diverse leden aan het woord: leden die al jaren lid zijn, nieuwe leden, studentleden en bureauleden. Wil je ook meedoen of iemand voordragen? Stuur ons een mail.
Dit interview is oorspronkelijk in het Engels gehouden en is door NVTL vertaald.
1. Wie ben je, wat is je achtergrond en wat doe je?
Ik ben Ceren uit Turkije, momenteel woonachtig in Amsterdam. Na het afronden van mijn bachelor in Turkije ben ik naar Italië verhuisd om de master Sustainable Architecture and Landscape Design te volgen aan de Politecnico di Milano. Tijdens deze studie ontwikkelde ik een sterke interesse in menselijk welzijn en de rol van ontwerp bij het creëren van betekenisvolle verbindingen.
Ik ben bijzonder gepassioneerd voor de natuur en het ontwerpen van de openbare ruimte. Ik ben gefascineerd door de manier waarop landschapsarchitectuur kan bijdragen aan sociale cohesie en het versterken van lokale gemeenschappen. Mijn werk en interesses richten zich op het onderzoeken hoe ruimtes interactie, inclusiviteit en een gevoel van verbondenheid kunnen ondersteunen. Ik werk inmiddels meer dan 6 jaar bij BDP Rotterdam aan verschillende projecten in Nederland, maar ook wereldwijd.
In mijn vrije tijd maak ik graag kunst, beoefen ik verschillende sporten en wandel ik graag door Amsterdam.
2. Als Landscape Design Lead bij BDP ben je gespecialiseerd in klimaatadaptatie en sociale cohesie. Kun je een voorbeeld geven van een project waarin deze doelen samenkwamen?
Het Westergouwe Community Centre in Gouda is een sterk voorbeeld van hoe landschapsontwerp zowel sociale cohesie als klimaatbewust denken kan ondersteunen via een landscape first-benadering. Het project brengt een basisschool, kinderopvang, sportfaciliteiten, gemeenschapsprogramma’s en woningbouw samen binnen een samenhangende buitenomgeving.
Een doorlopend dijkpark vormt de ruggengraat van het ontwerp. Het vloeit om de ontwikkeling heen en structureert een gevarieerd landschap van avontureneilanden, speelplekken, groene schoolpleinen, recreatiezones, een ASM-sportveld (Athletic Skills Model) en ruimtes voor informeel bewegen. De natuur is niet alleen aanwezig, maar vormt een integraal onderdeel dat actief leren, dagelijks gebruik en het algehele welzijn ondersteunt.
Deze sterke nadruk op de natuur weerspiegelt ook een natuurinclusieve benadering, waarbij de groenruimte zo is ontworpen dat deze toegankelijk, functioneel en verankerd is in het dagelijks leven. Het landschap biedt kansen voor biodiversiteit, seizoensgebonden veranderingen en buitenbeleving, terwijl het bijdraagt aan een gezonder microklimaat en een veerkrachtigere leefomgeving. In plaats van functies te scheiden, verbindt het landschap ze juist. De buitenruimtes vormen een doorlopend systeem dat beweging, interactie en gedeeld gebruik tussen kinderen, gezinnen en buurtbewoners stimuleert. Op deze manier fungeert het landschap zowel als een sociale infrastructuur als een ecologisch kader, waardoor het gemeenschapsleven wordt versterkt terwijl klimaatbewuste ontwerpprincipes worden geïntegreerd.
3. Hoe meet je de sociale impact van je ontwerpen?
Sociale impact wordt zichtbaar in de manier waarop mensen een ruimte daadwerkelijk gebruiken – niet alleen óf deze wordt gebruikt, maar door wie, hoe lang en op welke manier. Dat begint al veel eerder dan bij het voltooide project, namelijk met een bewust ontwerpproces dat gericht is op het begrijpen van de gebruikers, hun dagelijkse routines en wat er ontbreekt in de bestaande ruimtes.
Een duidelijk voorbeeld hiervan is voor mij een scholenproject, LennaMare in Lemmer. We zijn begonnen met het in kaart brengen van de werkelijke behoeften van leerlingen en leraren als het ging om de buitenruimte: wat miste er, wat vonden ze waardevol en hoe wilden ze het gebruiken? Dat gesprek heeft het ontwerp direct gevormd, inclusief de relatie tussen binnen en buiten, en de verbinding tussen de klaslokalen en het landschap. Vergeleken met het oude schoolplein brengen leerlingen nu merkbaar meer tijd buiten door. Niet alleen om te ontspannen, maar ook als onderdeel van hun dagelijkse lessen.
Een zone die we als moestuin hebben ontworpen, kreeg een directe link met de schoolkeuken, waardoor leerlingen kunnen ervaren hoe het is om hun eigen voedsel te kweken. De feedback van docenten en leerlingen was positief, en de manier waarop de ruimte is omarmd bevestigde dat het ontwerp beantwoordde aan een werkelijke behoefte.
Voor mij is dat de duidelijkste graadmeter voor sociale impact: wanneer mensen zich een ruimte eigen maken, het een natuurlijk onderdeel van het dagelijks leven wordt en je ziet hoe het zich evolueert, aanpast en verandert.
4. Hoe beïnvloedt het werken in een grote, multidisciplinaire omgeving zoals bij BDP jouw ontwerp- en besluitvormingsproces als landschapsarchitect?
BDP is een multidisciplinair bureau met meerdere studio’s in verschillende landen. De mogelijkheid om samen te werken met teams van andere studio’s brengt altijd een andere invalshoek in projecten en creëert bewustwording van hoe dezelfde problemen in verschillende contexten en landschappen kunnen worden aangepakt. Dat bredere perspectief vormt voortdurend de manier waarop ik denk en beslissingen neem.
Maar naast het deel uitmaken van dat bredere netwerk, is het een groot voorrecht om in Rotterdam onder één dak te werken met architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten. De dagelijkse uitwisseling, informele gesprekken, gezamenlijke reviews, en vroege afstemming zorgt ervoor dat beslissingen beter onderbouwd zijn en ontwerpvoorstellen worden getoetst aan een veel bredere expertise. Het stimuleert me ook om verder te kijken dan mijn eigen discipline en te begrijpen hoe het landschap past binnen de bredere projectlogica.
Een goed voorbeeld is een recent masterplan voor herontwikkeling in Bodegraven, een complex project dat een school, winkels, woningbouw, parkeren en openbaar groen combineert. Een project met zo’n mix van functies kan simpelweg niet afgezonderd worden ontwikkeld. Elke discipline brengt een andere set prioriteiten met zich mee, en het is juist die spanning die vroeg in het proces samen wordt opgelost die tot meer geïntegreerde en samenhangende resultaten leidt. Het resultaat is niet alleen een sneller proces, maar ook een proces waarin landschap, architectuur en stedenbouw elkaar versterken in plaats van beconcurreren.
5. Wat is een ontwerpdetail dat je hebt toegepast dat een verrassend grote impact had op hoe mensen een ruimte ervoeren of gebruikten?
Een kleine ingreep die een groot verschil maakte op De Schupstoel in Zutphen was het werken met subtiele historische verwijzingen die mensen bijna onbewust ervaren.
We hebben het bestaande waterput in het oorspronkelijke metselwerk behouden. Het is een bescheiden element, maar het heeft reële historische waarde. Door het te behouden, behoudt het plein een sterk gevoel van authenticiteit. Het wordt vanzelf een plek waar mensen even stilhouden of samenkomen.
De eerste zone bestaat uit de rand van het plein, die aansluit op de omgeving door dezelfde bestratingsmaterialen te gebruiken als het voetgangersgebied van het stadscentrum. Als verwijzing naar de historische trottoirs hebben we aan de westzijde een hardstenen strook aangebracht, waarmee de vormentaal van de omliggende straten wordt doorgetrokken. Dit zorgt ervoor dat het plein goed geïntegreerd voelt, terwijl het toch een eigen identiteit behoudt.
Ook hebben we een gegraveerde tekst, een gedicht over de geschiedenis van De Schupstoel, geïntegreerd in een lijngoot. Dit is iets wat mensen geleidelijk ontdekken, wat de nieuwsgierigheid prikkelt. Je ziet vaak dat mensen langzamer gaan lopen om het te lezen of erover te praten, wat zorgt voor een persoonlijkere en meer reflectieve band met de plek.
Afzonderlijk zijn dit kleine interventies, maar samen bepalen ze hoe mensen de ruimte ervaren en gebruiken. Ze stimuleren je om te vertragen, op te merken en te verbinden waardoor het plein verankerd wordt in zijn geschiedenis en het tegelijkertijd een bewoonde en betekenisvolle plek maken in het heden.