De tuin van Alexander Bijl
Details
In rubriek De tuin van… vragen we diverse NVTL-leden met een bijzondere privétuin om hun tuin, ontwerp en vakkennis met het NVTL netwerk te delen, via een interview op NVTL.nl, in Het Kanaal en op de socials.
Ing. Alexander Bijl is tuin- en landschapsontwerper met meer dan 50 jaar ervaring in tuinen en eigenaar van De Tuinregisseurs. De Tuinregisseurs ontwerpen tuinen én buitenruimten door heel Nederland. Van erven, recreatieterreinen, buitenplaatsen en landgoederen tot bedrijfsterreinen en openbare ruimten zoals pleinen, parken, wijken, buurten, straten en landschappen.
Meer over De Tuinregisseurs:
www.detuinregisseurs.nl
Alle foto’s zijn gemaakt door Alexander Bijl.
Vertel iets over de achtergrond van jou en je tuin, en hoe deze ruimte eruitzag voordat je ermee aan de slag ging?
In 2022 zijn we verhuisd van een landelijk gelegen landhuis van ruim 300 m² op een erf van 15.000 m², naar een vrijstaande woning van circa 200 m² op een kavel van 1500 m². We zijn op een leeftijd gekomen om te downsizen: een grote tuin in een landelijk gebied is een soort zwart gat voor iemand die wil blijven experimenteren met planten en materialen. Nu dus tien keer kleiner, en heerlijk overzichtelijk.
De huidige woning dateert uit 1991, en dat gold ook voor de grotere tuinelementen: veel bomen en coniferen. Het gazon was slecht onderhouden, vol mos en spontane vegetatie.

Hoe ben je te werk gegaan?
In de woning hebben we direct, voor de verhuizing, een aantal muren verwijderd en geplaatst. Met de tuin hadden we minder haast. We wonen in Dalfsen, op een voormalige zandbank van de destijds sterk meanderende Vecht — zanderige grond, met zijn eigen voor- en nadelen.
In de oorspronkelijke tuin stonden veel schub- en naaldconiferen, waaronder een Leylandii van 5–6 meter breed en zo’n 12 meter hoog. Na een jaar wonen heb ik alsnog een ontwerp gemaakt voor een nieuwe tuin, met behoud van enkele waardevolle exemplaren. De Leylandii werd niet als waardevol getypeerd en moest weg, evenals een treurberk; een paar bomen verkeerden helaas in deplorabele staat en zijn ook verwijderd. In het nieuwe ontwerp zijn 7 nieuwe bomen teruggeplaatst. Het terras hebben we grotendeels in oorspronkelijke staat gehouden, met hergebruik van de bestaande tegels.
Het plan is geïnspireerd op de Engelse tuinen: eenvoudig en doeltreffend: terras, gazon en zo veel mogelijk borders. Geen overkapping, zwembad, plunge pool o.i.d.
Een tuin of woning voor jezelf ontwerpen is naar mijn ervaring het lastigst. Onze vorige woning heb ik samen met een architect vormgegeven en met een interieurarchitecte de indeling bepaald. De tuin was samen met tuin- en landschapsarchitect Martin Nelissen ontworpen en delen van de beplanting zijn toen door Coen Jansen uitgevoerd.
Voor onze nieuwe tuin heb ik het zonder hulp gedaan. Eerst de visie voor een eenvoudige layout en gevarieerde borders. Daarna het groenblijvende raamwerk van hagen ontworpen — voor privacy en als achtergrond voor de borders — en daarna hebben de bomen hun plek gekregen. Nadat deze hoofdstructuur vast stond kregen de heesters, klimplanten, vaste planten, siergrassen, de bollen en knollen hun plek.
Kun je iets meer vertellen over de uitgangspunten van de beplanting?
Als ontwerper ga je uit van de potenties en beperkingen van de plek. We wilden meer privacy en kozen voor hagen in plaats van een brede houtsingel, wat meer ruimte overliet voor vaste-plantenborders. Ook wilden we meer leven in de tuin: vogels, vlinders, bijen en andere insecten.
De bodem is zanderig, en daar stem je de beplanting op af. Ik ben zelf een luie tuinier — ik kijk graag naar de tuin, maar het werken erin blijft vaker bij goede voornemens dan bij actie. Gelukkig hebben we een hovenier die regelmatig langskomt om mijn ideeën uit te voeren.
Vanuit dat gemak principe zijn alle borders voorzien van prairielava, wat verdroging van de bodem — en dus watergeven — vermindert. Al hield dat in het eerste groeijaar geen stand bij een zomer als die van 2025. Door de prairiva worden de spontaan opkomende planten tussen de aangebrachte beplanting onderdrukt.
Zo genieten we nu van de tuin en hebben er weinig werk aan. Al blijft genieten lastig zodra iets niet overeenkomt met wat je voor ogen had. Mijn tuin is mijn lab: ik probeer soorten uit die ik nog niet eerder heb aangeplant. Soms gaat dat geweldig, soms niet.
Je ontwerpt al tientallen jaren tuinen voor anderen. Wat heb je in je eigen/deze tuin anders gedaan dan opdrachtgevers misschien zouden verwachten?
Ik heb hier soorten toegepast welke ik nog niet goed kende en waarvan de uitkomst niet vaststond. Een aantal daarvan valt tegen en wordt vervangen door andere soorten. Dat kan in je eigen tuin; bij een opdrachtgever ligt dat anders, al pas ik ook daar altijd een of twee soorten toe waar ik weinig ervaring mee heb. Zo hou ik het vak spannend en verrassend voor mezelf. De opdrachtgever denkt dat ik een tuin voor hem ontwerp — en dat is ook zo — maar in feite is elke opdracht een nieuwe uitdaging om zowel de opdrachtgever als mezelf te verrassen. Anders hou je dit vak geen vijftig jaar vol.
In hoeverre laat deze tuin zien waar de Levende Buitenruimte™ voor staat? Welke kwaliteiten zijn daarin voor jou het belangrijkst?
Deze tuin laat goed zien waar de Levende Buitenruimte™ voor staat. Ik hanteer vier ontwerpprincipes: de gebruiker bepaalt het gebruik, de plek bepaalt de mogelijkheden, de ontwerper verbindt en geeft vorm, en de beheerder zet het ontwerp voort in de tijd.
Een Levende Buitenruimte begint bij de gebruiker én bij een goed begrip van de plek. De bestaande zandgrond is hier verbeterd door circa 40 cm af te graven en te vervangen door ruim 20 cm teelaarde en 10 cm compost. De teelaarde en compost zijn doorgespit met de ondergrond. Ook zijn er wormen en schimmels toegevoegd aan de bodem om het bodemleven te stimuleren. Daarna zijn de borders afgewerkt met ca. 8 cm prairielava.
Bij de beplantingskeuze zijn kleur en geur gecombineerd met de ecologische waarde. De geplante lijsterbes, dropplant, vlinderstruik, Abelia’s, bollen en knollen bieden voedsel en leefruimte aan vogels, vlinders, bijen en insecten. Ook het aangrenzende gemeentelijke snippergroen betrekken we hierbij. Het maaibeheer wordt aangepast, er zijn bollen geplant en ratelaar wordt ingezaaid. De bestaande windsingel wordt aangevuld met waardplanten als vuilboom en sleedoorn.
In de zonnige voortuin vormt een speciaal ontworpen draadpergola de overgang tussen oprit en entree. Witbloeiende klimplanten en grijsbladige beplanting zorgen voor samenhang en beschutting, waardoor hier zelfs ruimte ontstaat voor een kleine loungeplek.
Voor mij is vooral het vormgeven in de tijd essentieel. Een tuin is nooit af: planten groeien, verhoudingen veranderen en beheer beïnvloedt voortdurend het ontwerp. Zichtlijnen, hagen, borders en beplantingsstructuren vragen om begeleiding en bijsturing. De verantwoordelijkheid van de ontwerper houdt daarom niet op na de aanleg — idealiter bezoek je een ontworpen tuin ten minste tien jaar lang jaarlijks, om de ontwikkeling te volgen en het beheer waar nodig bij te sturen.