5 vragen aan: LAOS landscape urbanism - NVTL

5 vragen aan: LAOS landscape urbanism

Managementteam LAOS, v.l.n.r. Quiryn Kaasschieter, Michaël Rouwendaal, Bart Dijk, Mathijs Dijkstra en Alaleh Kouhkan

Details

5 vragen aan is een rubriek op de NVTL.nl en in nieuwsbrief Het Kanaal. We laten leden aan het woord. Leden die al jaren lid zijn, nieuwe leden, student leden en bureauleden. Deze week is het de beurt aan NVTL-bureaulid LAOS landscape urbanism. Wil je ook meedoen of iemand voordragen? Dat kan, want we zijn altijd op zoek naar nieuwe inspirerende verhalen! Stuur ons een mail.

LAOS landscape urbanism
Groningen & Utrecht
Meer informatie: wearelaos.nl
Volg via: LinkedIn of Instagram

ma 9 februari 2026

1. Hoe zouden jullie bureau LAOS omschrijven?

Dank voor deze gelegenheid om ons voor te stellen als bureau en te delen wat wij belangrijk vinden. Wij zijn een bureau voor landschapsarchitectuur, stedenbouw en ruimtelijk onderzoek met een team van ruim 20 ontwerpers en meedenkers bestaande uit landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen. Met één gezamenlijke drijfveer: hoe je de buitenruimte maakt, maakt verschil. De manier waarop een plek is ingericht beïnvloedt hoe mensen zich voelen, bewegen en elkaar ontmoeten. Daarom willen wij niet alleen mooie plekken ontwerpen, maar ruimtes die werken: sociaal, ecologisch en ruimtelijk.

Binnen onze projecten werken we natuurlijk altijd vanuit de context. We kijken scherp naar wat er al is: het landschap, de geschiedenis, het gebruik en de dynamiek van een plek. Pas daarna gaan we ontwerpen, vanuit nieuwsgierigheid en met een onderzoekende houding. We stellen vragen, luisteren goed, brengen structuren aan en zoeken naar de kern van een opgave. Deze manier van werken stimuleert het denken vanuit de wisselwerking tussen de verschillende schalen en de factor tijd. Dit doen we altijd vanuit het landschap, ook in stedenbouw en ruimtelijk onderzoek.

Wat onze ontwerpen typeert is de balans tussen rust en spanning. We maken plekken die uitnodigen en houvast geven, maar ook verrassen en uitdagen. Dat kan gaan om ontwerpen voor een grootstedelijk gebied, maar net zo goed om een park, plein of een landschappelijke ingreep. We doen dat niet alleen in concrete opgaven, maar ook door zelf onderzoek te initiëren. We werken graag intensief samen met opdrachtgevers, gebruikers, beleidsmakers en andere disciplines, omdat we geloven dat betere ontwerpen ontstaan wanneer verschillende perspectieven samenkomen. Maatschappelijke thema’s zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit en inclusiviteit zijn voor ons dus vanzelfsprekende onderdelen van elk project. Zo ontwerpen we met het oog op de lange termijn: toekomstbestendig, flexibel en stevig geworteld in de plek. Met vestigingen in Groningen en Utrecht opereren we nu landelijk, maar altijd met het oog voor het lokale.

2. Recent hebben jullie een nieuwe vestiging geopend, welke ambities verbinden jullie aan deze uitbreiding?

Video nieuwe vestiging in Utrecht

 

Dat klopt, we hebben met de start van het nieuwe jaar een tweede locatie geopend op de Ramstraat in Utrecht. Deze uitbreiding is voor ons een logische en noodzakelijke stap voor het bureau. Binnen onze werkwijze is nabijheid essentieel: dicht bij de projecten staan vergroot de kwaliteit van het ontwerp en de samenwerking. Naast de projecten die we realiseren in het noorden van het land, werken we steeds vaker aan opgaven in het midden en zuiden van Nederland. Met een vestiging in het midden van het land kunnen we ook daar structureel en betrokken aanwezig zijn.

We zien dat steeds meer gemeenten en provincies erkennen dat grote ruimtelijke opgaven alleen opgelost kunnen worden wanneer het landschappelijke systeem leidend is. Dat is een visie die wij al jaren uitdragen: eerst het landschap, dan het bouwen; eerst het watersysteem, dan de wijk; eerst de identiteit, dan het ontwerp. Deze benadering is belangrijk voor onze manier van werken en we denken dat deze van waarde is bij de grote transitie waar Nederland voor staat. We hebben deze opvatting in onze manier van werken vormgegeven door te ontwerpen op alle schaalniveaus, van visies op landsdelen tot de binnentuin, en van onderzoekend naar beleidsuitvoering. Zo weten we bij het opstellen van grootschalige plannen wat je tegenkomt bij realisatie, maar ook bij het werken aan een klein project wat de relevantie ervan is op hoger schaalniveau. Het geeft ook de mogelijkheid om verschillende projecten van verschillende opdrachtgevers met elkaar in verband te brengen en zo maatschappelijke meerwaarde te geven.

Vanuit Utrecht blijven we dezelfde koers varen. Geworteld in het landschap, gericht op verbinding en altijd op zoek naar eenvoud in complexiteit. Zo kunnen we ook elders in Nederland laten ervaren hoe ontwerp het verschil kan maken tussen toevallig mooi en daadwerkelijk beter.

We starten met een compleet team van vijf medewerkers binnen de disciplines stedenbouw en landschapsarchitectuur. Onder leiding van algemeen directeur en landschapsarchitect Mathijs Dijkstra, en stedenbouwkundige en vestigingsmanager Alaleh Kouhkan. Het nieuwe team in Utrecht en het bestaande team in Groningen werken nauw samen, waardoor kennis, ervaring en ontwerpkwaliteit optimaal worden gedeeld. Zo vormen we vanaf het begin een sterke, integrale eenheid, met een duidelijke en herkenbare signatuur: spanning in harmonie.

3. Jullie hebben veel ervaring met participatieve processen. Wat levert deze werkwijze op en waar lopen jullie in de praktijk tegenaan?

Start van de participatie bij het project herinrichting Meedhuizen

Maatschappelijke betrokkenheid staat voor ons aan het begin van elk project. Dat betekent: zorgen voor een veilige omgeving waar we open het gesprek aangaan, kritisch durven zijn waar nodig, en erkennen dat er in deze processen vaak veel emoties loskomen. We merken steeds opnieuw dat ruimtelijke opgaven niet alleen technisch of ontwerpmatig zijn, maar diep raken aan identiteit, bestaanszekerheid en vertrouwen. Juist daarom is het zo belangrijk om vorm en inhoud, het hoe en het waarom, steeds aan elkaar te koppelen, zowel met bewoners als met professionals.

In de praktijk zien we een duidelijk gat tussen wat we in ontwerpend onderzoek gezamenlijk verkennen en wat er uiteindelijk in de uitvoering terechtkomt. Lange termijnperspectieven zijn niet in één dag te realiseren, maar zijn wel noodzakelijk om de maatschappij mee te krijgen in grote transities. Initiatieven zoals het project Kracht van het Noorden, in samenwerking met de noordelijke natuur- en terreinorganisaties, laten zien hoe waardevol het is om de rol als verbinder te nemen in het gesprek dat in het landelijk gebied wordt gevoerd met de betrokken partijen.

Wat levert participatief werken op, en waar lopen we tegenaan? Al vanaf de oprichting van het bureau in 2005 werken we intensief met participatieve processen. De ervaringen in onder andere het Groningse bevingsgebied hebben ons geleerd hoe groot de rol van emotie is: gevoelens van onmacht, boosheid en niet begrepen worden. Diezelfde emoties zien we nu ook sterk terug in het landelijk gebied. Participatie gaat dan niet alleen over meedenken, maar draagt, indien onder juiste voorwaarden ingezet, bij aan het herstellen van vertrouwen tussen overheid en burger. Wij zien daarin een duidelijke rol voor de ontwerper: als facilitator van het gesprek en als vormgever van nieuwe denkrichtingen binnen de ruimtelijke en maatschappelijke oplossingen. De open dialoog zorgt voor wederzijds begrip en laat mensen zichzelf én de ander terugzien in het resultaat.

Voorafgaand aan een participatief ontwerpproces bakenen we met de opdrachtgever scherp af wat het doel en het speelveld is. Hiermee kunnen we de verwachtingen van de deelnemers bij aanvang in het juiste perspectief zetten. Afhankelijk van de vraag, het doel en de deelnemers, zetten we uiteenlopende werkvormen in van interactieve ateliers en ontwerpsessies tot wandelingen, panelgesprekken en keukentafelgesprekken, afgestemd op schaal, doelgroep en opgave. Zo maken we complexe ruimtelijke vraagstukken behapbaar en zorgen we dat iedereen kan meedoen.

4. Welke projecten zijn exemplarisch voor deze participatieve werkwijze, en waarom?

Kracht van het Noorden

Verschillende projecten zijn voor ons exemplarisch. Ze tonen waar de kracht van participatie zit bij complexe ruimtelijke opgaven. Dit is niet enkel breed draagvlak. Het levert rijke inzichten op: lokale kennis, ervaring en beleving die wij als ontwerpers anders zouden missen. Dit leidt tot ontwerpen die niet alleen conceptueel en esthetisch sterk zijn, maar ook daadwerkelijk passen bij de plek en haar gebruikers. Zo leg je een stevige basis voor vervolgstappen en besluitvorming en maak je plannen die toekomstbestendig zijn.

Het project De Kracht van het Noorden is een mooi voorbeeld, omdat het geen visie van ons als ontwerpers alleen is, maar een visie die in gezamenlijkheid met de acht noordelijke natuur- en milieuorganisaties tot stand is gekomen. Uiteenlopende belangen en perspectieven zijn vanaf de eerste stap samengebracht en in meerdere intensieve werksessies vertaald naar een integrale langetermijnvisie voor Noord-Nederland. In gesprek met de partners over klimaat, bodem, biodiversiteit en waterkwaliteit ontstond gedeelde grond. De basis voor deze visie die de verschillende partijen nog steeds gebruiken als onderliggend startpunt voor het gesprek met de partijen in het buitengebied.

Integrale klimaatlandschappen Zeeland en Friesland

Ook Integrale klimaatlandschappen Zeeland en Friesland laat deze werkwijze scherp zien. Dit project is opgezet als een gezamenlijk leer- en ontwerpproces met twee provincies, twee waterschappen en het ministerie. Samen met Michaël van Buuren (WUR) hebben we via ontwerpateliers perspectieven samengebracht, kennis gedeeld en toekomstscenario’s verkend en ontwerp ingezet als middel om een gemeenschappelijke taal te ontwikkelen. Zo leerden beide provincies van elkaar. Want er is, anders dan het ogenschijnlijk lijkt, grote overlap, zowel in (landschappelijke) karakteristiek als in de opgaven. Zo werden complexe vraagstukken inzichtelijk en bespreekbaar, met direct bruikbare inzichten voor beleid.

Prins Bernhardhoeveterrein in Zuidlaren

Op lokaal schaalniveau zijn het Prins Bernhardhoeveterrein in Zuidlaren (in samenwerking met Specht Architecten) en de Zandplatenbuurt in Delfzijl (in samenwerking met FARO architecten) exemplarisch. In Zuidlaren liep een jarenlang proces met veel emotie en weerstand van bewoners en ondernemers. Toen we hierin stapten hebben we eerst een stap teruggedaan. Door belangen, geschiedenis en obstakels serieus te nemen en het gesprek tastbaar te maken met schetsen en maquettes, lukte het om een sterk ruimtelijk concept met maatschappelijk draagvlak te maken.

Zandplatenbuurt in Delfzijl

In Delfzijl is participatie essentieel binnen de context van aardbevingsproblematiek. In deze sloop-nieuwbouw van een wederopbouw wijk met een eenzijdige bevolkingsopbouw, wordt samen met hen die willen blijven en terugkeren, ontworpen tot op het niveau van de woning. Ook wordt een aanzienlijk deel woningen voor nieuwkomers gemaakt, zodat een gevarieerde wijk ontstaat. Tegelijkertijd staan we voor een sterk, door bodem, water en groen gedragen plan. Dit mede vanuit het streven naar een wijk die bijdraagt aan de mentale en fysieke gezondheid van zijn bewoners. Dat vraagt er om in het gesprek, de huidige bewoners ook steeds over de drempel van de eigen woning te laten kijken. De kracht van verbeelding is dan een noodzakelijk middel.

5. Wat is jullie visie voor de toekomst van de gezonde leefomgeving en welke rol zien jullie daarin voor het vakgebied?

Meerlaagse gezondheid in het Stadspark Groningen

Wat wij voorop willen stellen is het belang van meerlaagse gezondheid: een integrale benadering waarin individu, gemeenschap en systeem onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Sinds 2011 werken we aan wat wij ‘De gezonde stad’ zijn gaan noemen. Dit heeft zich door de jaren heen verdiept en verbreed. Daarbij vormt het model van Positieve Gezondheid van Machteld Huber een belangrijk uitgangspunt. Gezondheid gaat niet alleen over de afwezigheid van ziekte, maar over je goed voelen, mee kunnen doen en regie ervaren over je leven.

In die benadering zien we een spanning: de verantwoordelijkheid om gezond te leven ligt nu vaak bij het individu, terwijl diens invloed op het grotere maatschappelijke en landschappelijke systeem relatief klein is. De fysieke leefomgeving speelt voor onze gezondheid een cruciale rol. De manier waarop we onze buitenruimtes inrichten heeft directe invloed op welzijn en sociale interactie, en onze ruimtelijke ordening op de werking van natuurlijke en klimaatsystemen. Gezondheid is geen losstaand thema, maar nauw verbonden met luchtkwaliteit, water, groen, mobiliteit en ontmoeting. Ruimtelijke ordening dient, vinden wij, een gezond ecosysteem tot doel te hebben, waarin de maatschappelijke opgaven hun plek kunnen vinden. Zo worden de gemeenschap en de leefomgeving dragers van gezondheid. Want wij geloven dat een stabiel, eerlijk en gezond systeem, in combinatie met een verbonden, sociale en veerkrachtige gemeenschap, het grootste deel van de inspanning moet leveren om gezond leven mogelijk te maken.

Sociale impact in Park Spoorgroen

Het onderzoek helpt ons effecten van ingrepen te begrijpen en zo strategieën te ontwikkelen en keuzes te onderbouwen die ook op lange termijn gezond gedrag en een gezond ecosysteem ondersteunen. Uiteraard begint het allemaal klein. Zo is bijvoorbeeld tijdens het opstellen van de Toekomstagenda van het Stadspark, al de mogelijkheid gerealiseerd in de vijver te kunnen zwemmen. En kwam uit het ontwerpend onderzoek (in samenwerking met Lilith Ronner van Hooijdonk) ‘De Hoogte, van woonwijk naar leefwijk’ naar voren dat het ongebruikte groen langs het spoor veel beter ingezet zou kunnen worden als leefruimte voor de wijk. De gemeente Groningen heeft ons daarna gevraagd een ontwerp te maken en zo is het Park Spoorgroen ontstaan. Een ruimte die de wijkbewoners uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en ontspannen.

Ons vakgebied zien wij dus niet louter als vormgevend, maar juist als verbindend en activerend.