5 VRAGEN AAN: NVTL-LID Marie-Laure Hoedemakers - NVTL

5 VRAGEN AAN: NVTL-LID Marie-Laure Hoedemakers

Marie-Laure Hoedemakers - start aanleg Van Leeuwenhoekpark Delft

Details

5 vragen aan is een rubriek op de NVTL.nl en in nieuwsbrief Het Kanaal. We laten leden aan het woord. Leden die al jaren lid zijn, nieuwe leden, student leden en bureauleden. Wil je ook meedoen of iemand voordragen? Dat kan, want we zijn altijd op zoek naar nieuwe inspirerende verhalen! Stuur een mail.

ma 20 februari 2023

Wie ben je en wat doe je?
Sinds een jaar of 5 ben ik samen met Lodewijk Baljon en Robert van der Horst partner bij Baljon landschapsarchitecten. Daarnaast ben ik Dorpsbouwmeester voor de wijk Molenbeek in Nunspeet, vakcoördinator bij PEP, en gastdocent aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Deze combinatie van mede-de-koers-uitzetten op bureau, projecten leiden, ontwerpen maken, en jonge mensen opleiden zorgt ervoor dat geen dag hetzelfde is en veel mensen me inspireren.

Waar haal je in je werk het meest voldoening uit?
Een ontwerp gerealiseerd en in gebruik genomen zien worden – daar geniet ik van. Het is altijd spannend of een project uitpakt zoals je je hebt voorgesteld. Groeit en ontwikkelt het gebied, de wijk, het park of de tuin na aanleg zoals beoogd? Wordt het met plezier gebruikt? Wordt het een vanzelfsprekend onderdeel van de omgeving? Of verrassen mensen of de natuur je? Bij de overstromingen in de zomer van 2021 in Limburg bleef de ontkluisde Keutelbeek in het project Ligne in Sittard binnen zijn, door ons ontwerp verruimde, oevers. Dat was een mooi moment.

Sittard Ligne onkluisde Keutelbeek

We gaan als bureau regelmatig op excursie om projecten van anderen, maar vooral ook eigen projecten te zien en samen te bespreken. Dat doen we met pas opgeleverde en oudere projecten. Ik haal er voldoening uit als een project mooier en (ecologisch) rijker wordt met de jaren en met plezier gebruikt wordt. Zo bezochten we recent de Boulevard van Schagen in Domburg en de Hoogwatergeul in Veessen-Wapenveld.

Domburg Zeebalkon aan de Boulevard van Schagen
Wapenveld Hoogwatergeul

Kun je ons iets meer vertellen over een project waar je nu aan werkt?
We werken vrijwel altijd tegelijk aan projecten op diverse schaal- en abstractieniveaus. Deze manier van werken helpt me om de haalbaarheid en maakbaarheid in het vizier te houden. Op dit moment werken we met Kraaijvanger architecten en hun team van adviseurs aan een nieuw Huis voor de Stad Amersfoort en met Goudappel, Urhahn en de gemeente Zaanstad aan de Ontwerpaanpak Openbare Ruimte voor de hele gemeente Zaanstad. Zaanstad verdicht, wordt beter verbonden met Amsterdam, ligt omringd door beschermd veenweidegebied en heeft behoefte aan ruimte boven en onder de grond voor een duurzame, bruikbare en Zaanse inrichting van de openbare ruimte. De rijkdom aan sectorale visies en documenten vertalen we naar een ontwerpaanpak met handvatten voor de hoognodige kwaliteitsslag in de Zaanse leefomgeving.

Amersfoort bouwt het nieuwe Huis voor de Stad aan de Nieuwe Poort – een stenige plek. Met het ontwerp voor de buitenruimte maken we de ligging van Amersfoort als stad tussen Heuvelrug en Eemvallei op de plek beleefbaar. We stelden ons voor wat voor landschap er zou ontstaan als je niks zou doen – en dat boslandschap inspireerde het openbare ruimteontwerp. Het ontwerp waarmaken begint met het creëren van de juiste condities. Door de parkeergarage slechts onder een deel van het gebouw te leggen is er volle grond rond het gebouw en in het hof. De  bomen kunnen hier oud worden.

Amersfoort Huis voor de Stad plankaart

Je geeft regelmatig lezingen, bent vakcoördinator bij de PEP en gastdocent aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam. Wat wil je meegeven aan de nieuwe lichting landschapsarchitecten?
Ik ervaar bij PEP en in het onderwijs de jongste generatie landschapsarchitecten als mensen die sterk de urgentie voelen van de grote transities waar we als samenleving voor staan. Ze zijn zeer gemotiveerd om daaraan bij te dragen. Ik zou ze willen aansporen daarbij hun rol als ontwerper niet uit het oog te verliezen. De kracht van de landschapsarchitect is dat we de ingenieurskunst kunnen vertalen naar een ontwerp dat meer is dan louter techniek. Een ontwerp dat een samenspel is van ingenieurskunst en poëzie wordt een plek om van te houden en is een lang leven beschoren. Ik zie soms dat de drang groot is om de landschapsmachine werkend te maken en dat de poëzie er wat bij in schiet. Het doorgronden van de techniek is belangrijk, maar niet genoeg. Ontwikkel je vooral ook als ontwerper.

En dat we voor grote opgaven staan is soms benauwend, maar niet nieuw. Na de Tweede Wereldoorlog moest er gestart worden met de wederopbouw, het oplossen van de woningnood en was ‘nooit meer honger’ het motto voor het landelijk gebied.  Ook geen lichte taak.

Wat vind jij een mijlpaal in de afgelopen 100 jaar landschapsarchitectuur?
Landschapsarchitectuur is in Nederland een volwassen discipline. Daar is misschien niet per se een mijlpaal voor aan te wijzen, maar ik vind het bijzonder dat het werkveld van de Nederlandse landschapsarchitect in de afgelopen 100 jaar zo breed is geworden. De rol van de landschapsarchitect als integrator binnen multidisciplinaire teams en als trekker van grote projecten wordt vanzelfsprekend gevonden. Die rol stelt ons in staat een serieuze bijdrage te leveren aan de ruimtelijke opgaven waar we voor staan. Ik liep in 1994 stage bij Alle Hosper. Hij was toen de motor achter De Kern Gezond in Den Haag, supervisor van de Noordelijke IJ-oevers in Amsterdam en had bij de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders gewerkt aan de opzet en ontwikkeling van Almere als meerkernige stad met het landschap als basis. Ik groeide als jonge landschapsarchitect op met dit beeld van de rol van de landschapsarchitect. Rond de eeuwwisseling  heb ik een aantal jaren in Australië gewoond en gewerkt en bij Baljon werk ik regelmatig aan buitenlandse projecten. Daar heb ik ervaren dat die volwassen en zelfstandige rol van de landschapsarchitect nog lang niet overal ter wereld een vanzelfsprekendheid is.