5 Vragen Aan: Mathias Lehner – stadsbouwmeester Zaandstad
Details
5 vragen aan is een rubriek op de NVTL.nl en in nieuwsbrief Het Kanaal. We laten leden aan het woord. Leden die al jaren lid zijn, nieuwe leden, student leden en bureauleden. Wil je ook meedoen of iemand voordragen? Dat kan, want we zijn altijd op zoek naar nieuwe inspirerende verhalen! Stuur ons een mail.
1. Wie ben je en wat doe je?
Ten eerste heel erg bedankt voor het verzoek van de NVTL om iets over het vakgebied vanuit mijn perspectief te mogen delen. En wat een enorme eer om de fameuze vijf-vragen-rubriek te mogen beantwoorden als eerste in dit nieuwe jaar. Laten we beginnen bij het begin: Ik ben geboren in Oostenrijk, maar in 2026 vier ik een jubileum: Ik woon nu dertig jaar in Nederland. Ik heb hier twee puber-zoons en ervaar dagelijks het belang van landschapsarchitectuur en de inrichting van de openbare ruimte; daarom is het fijn om lid van de NVTL te zijn.
Ik ben opgeleid als architect in Wenen en Delft. Mijn loopbaan begon bij internationale bureaus. In Nederland werkte ik bijvoorbeeld bij Inside Outside / Petra Blaisse aan verschillende landschapsprojecten, voordat ik in 2005 mijn eigen bedrijf startte. Al snel ontwikkelde ik een fascinatie voor de stad als een (eco-)systeem waarin vele stakeholders betrokken zijn. Maar ik besefte ook de krachtige rol van ontwerp in de urgente maatschappelijke transities. Met die brede blik heb ook ik tien jaar het architectuurcentrum Podium geleid in de groeigemeente Haarlemmermeer. Ook richtte ik me op internationale kennisuitwisseling en ontwikkeling van jong talent (bij de BNA). Dat bood de kans om slimmer en breder te kunnen werken aan de urgente opgaven van onze tijd. Samen met Maike van Stiphout richtte ik 2014 het platform nextcity.nl op, dat ontwerpen voor biodiversiteit promoot en de natuurinclusieve stad.
Als professional ontwikkel ik visies en strategieën voor duurzame stedelijke ontwikkeling, en ik zorg ik voor ruimtelijke kwaliteit en integraliteit. Mijn focus ligt op het verkennen van ruimtelijke oplossingen en het immense vermogen van inspiratie en de verbeeldingskracht van ons vak. Wat mij aan de disciplines verenigd in de NVTL zo aanspreekt, is het oog hebben voor de lange termijn en het grotere geheel.
Momenteel vervul ik de rol van strateeg en stadsbouwmeester bij de gemeente Zaanstad. In die rol was ik mede-auteur van de Omgevingsvisie 2040 ‘Ruimte Maken’, waarin we sturen op integrale kwalitatieve groei. In mijn rol daar heb ik ook het Kennisprogramma Nieuw Zaanstad mee opgericht, waarin we werken aan innovatieve oplossingen voor ruimtelijke en maatschappelijke vraagstukken.
Daarnaast adviseer ik de provincie Utrecht over natuurinclusief bouwen. Ook geef ik les aan de Academie van Bouwkunst, de Hogeschool en de Universiteit van Amsterdam, en begeleid ik ontwerpstudio’s en afstudeerders.
Parijs, Hotel De Ville stadhuisplein transformatie
2. Welke steden of projecten inspireren mij momenteel het meest, en waarom?
Steden zijn kristallisatiepunten van uitdagingen, maar ook van mogelijkheden; feit is, dat de meeste mensen al in steden leven, en dat dat alleen maar nog toe neemt. De stad biedt de kritieke massa om te werken aan de urgente transities waar we voor staan. Ik noem een vijftal interessante steden. Van A tot Z zijn dat: Amsterdam, Parijs, wat Scandinavische steden, Wenen en Zaanstad.
- Amsterdam
Amsterdam zegt ‘radicaal’ vergroenen, wat past bij mijn natuurinclusieve visie op de stad. Daar hoort ook bij het omgaan met parkeren (als serieus verdienmodel en kleiner wordende ruimteclaim) en het aantrekkelijker maken van de fiets met grootschalig ondergronds parkeren en betere, snellere fietsroutes. - Parijs
Onder burgemeester Ana Hidalgo zet Parijs in op de 15-minutenstad en op meer groen-blauw. De laatste keren daar heb ik nooit meer de metro gebruikt dankzij uitstekende fietspaden en -voorzieningen. Zij hebben sinds jaren ook een stadsbreed ‘Plan Biodiversité’. Helemaal top. Natuurlijk zijn er ook telkens weer toonaangevende projecten, zoals het recente bos op het voormaals totaal versteende stadhuisplein. En actueel Nouvels Fondation Cartier en OMA’s Fondation Lafayette als ultiem flexibele spektakelstukken. - Scandinavische Steden
Je kan echt altijd wat leren door kennisuitwisseling met Noord-Europa. Denk aan de keuze voor kwaliteit: Geen Nederlandse kaasschaaf totdat de kwaliteit weg is; wél langetermijnvisie, welgemeende duurzaamheid en het streven naar ‘true pricing’. Prachtige natuurinclusieve en klimaat adaptieve woonwijken in Malmö. Circulaire stedenbouwkundige experimenten in Stockholm Royal Seaport. Top openbare gebouwen zoals de opera of de bibliotheek als huiskamer voor een hele stad in Oslo. - Wenen
Wenen is vaak nummer één als het gaat om leefkwaliteit volgens internationale ratings. De stad heeft NB een heel bos en de laatste uitlopers van de Alpen binnen haar grenzen: Gewoon te bereiken met de het OV, dat maar 365 euro per jaar kost voor onbeperkt reizen in de hele regio. En elke keer als ik er kom is er weer een metrohalte bij gekomen. Er is een lokale overheid die haar verantwoordelijkheid neemt en gewoon zelf betaalbare woningen blijft bouwen. Allemaal geen spektakel, gewoon slow urbanism en vasthouden aan wat belangrijk is. - Zaanstad
Er is zoveel potentieel, om te beginnen de kronkelende rivier midden in de stad, en al het industriële erfgoed. De transformatie van Zaandam met Inverdan door Soeters – dit jaar al 25 jaar oud – maakt natuurlijk ook moed voor andere steden die zich opnieuw willen uitvinden.

3. Welke misvatting over stedelijke ontwikkeling kom je het vaakst tegen?
We denken dat we steden moeten uitbreiden, terwijl de essentie ligt in het beter benutten van de ruimte in de bebouwde kom en het versterken van de leefkwaliteit.
Geen nieuwe steden, ook als dat wél kan. Want, bureaus zoals KAW lieten zien, er is ruimte zát in de stad. En sneller en goedkoper is binnenstedelijke groei ook. Niet voor niets heet de Zaanse Omgevingsvisie uit 2024 ‘Ruimte Maken’; het is een no-netto-landtake visie met kwalitatieve groei van meer dan een kwart. Zelfs extreem hoge dichtheden en een combinatie van wonen en werken gaan prima samen met top openbare ruimte én meer leefkwaliteit, denk aan Little C in Rotterdam. Je moet wel beter nadenken en met slimmere plannen komen dan het ‘stampen’ van meer van dat, wat we al hebben.
Tot slot nog een woord over een misvatting over de stad in de publieke opinie. Een stad bestaat toch écht wel uit meer dan alleen woningen: Bij een stad horen infrastructuur, groen en andere maatschappelijke voorzieningen, én, niet in de laatste plaats, werk. Met het oog op werkgelegenheid schept het simpelweg transformeren van werkgebieden naar alleen maar woningen, en het verplaatsen van old-school bedrijventerreinen naar ‘elders’, meer problemen dan het oplost. Werk nabij houden, verbreden en toevoegen waar het nu niet is, is goed voor de stad als systeem: Het zorgt voor minder mobiliteit, maar ook voor minder mobiliteitsarmoede. Het zorgt voor kruisbestuiving en innovatie – en daarvan moeten we het toch echt hebben in West-Europa, als we globaal mee willen blijven doen.

4. Wat is jouw belangrijkste leerpunt uit recent onderzoek of de praktijk?
De huidige urgenties vragen om integraliteit, en om meer dan ruimtelijk denken. Maar het bijdragen aan de nodige en complexe transities hoeft niet ingewikkeld te zijn. Veerkracht, inclusiviteit en innovatie zijn de basis in kwalitatieve stedelijke ontwikkeling en landschapsarchitectuur.
Als ruimtelijke professionals zijn we terecht op zoek naar toekomstbeelden en handelingsperspectieven voor de transities waar we inzitten. In de Omgevingsvisie voor Zaanstad hebben we als antwoord daarop vijf principes vastgelegd, die altijd en overal gelden. Daar zit veel in van mijn visie op kwalitatieve stedelijke ontwikkeling en wat ik tot nu toe heb geleerd. In bredere zin wil ik aandacht vragen voor drie overkoepelende leerpunten:
1. Veerkracht
De onderste taart van de ‘wedding cake model’ van de Duurzaamheidsdoelstelling van de VN (de UN SDG’s) is de biosfeer, het ecosysteem. Deze basis moet op orde, zodat je vol vertrouwen verder kan bouwen. Dan kunnen steden en landschappen veerkrachtig zijn en de gevolgen van bijvoorbeeld klimaatverandering zoals hittestress en wateroverlast op te vangen. Landschapsarchitectuur speelt hierin een sleutelrol door natuurlijke systemen te kennen en slim in te zetten.
2. Inclusiviteit
De toekomstbestendige stad is inclusief, heeft betrouwbare publieke voorzieningen en heeft oog voor brede welvaart. Het betrekken van bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij het bouwen aan de stad zorgt voor inzichten, draagvlak en sociale cohesie. Door participatie en co-creatie leer je over lokale behoeften en kansen. Een breder samengesteld team komt tot betere oplossingen. In een tijd van polarisatie en conflict zijn verbinding, dialoog en het vermogen om simpelweg te kunnen luisteren essentieel.
3. Innovatie
Opgaven zijn complex. Maar je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden, en je hoeft het niet in je eentje op te lossen. Succesvolle projecten komen tot stand door intensieve samenwerking tussen gemeenten, ontwerpers, onderzoekers en andere stakeholders. Het delen van kennis en ervaringen, (bijvoorbeeld via ontwerpateliers, expertmeetings en ontwerpend onderzoek) versnelt innovatie en zorgt voor betere oplossingen voor complexe stedelijke vraagstukken. Kijk ook gerust eens in de (cultuur)historie naar inspiratie, en waar we eigenlijk vandaan komen.
Voor de liefhebber: 5 concrete leestips
1. Elke opgave is onderdeel van (eco)systemen en kan bijdragen aan urgente transities (Vermaak)
2. De biosfeer is de basis van duurzame ontwikkeling (Stockholm Centre of Resilience over de UN SDG’s)
3. Groei met kwaliteit is ontwikkeling binnen bestaande grenzen (Raworth)
4. Goede ontwerpen leveren economisch, duurzaam en sociaal rendement (Brundtland)
5. Blijf leren door onderzoek, kennisdeling en talentontwikkeling (Socrates)

5. Welke rol kan Zaanstad volgens jou spelen als voorbeeldstad voor gezonde verstedelijking in de regio?
Zaanstad heeft een interessante maat, als een ‘small to medium sized city’. Zij is groot genoeg om slagkracht te tonen, maar niet te groot om te verstikken in bureaucratie en logge processen. Of Zaanstad daarmee een voorbeeldstad kan zijn voor ‘gezonde verstedelijking’ moet blijken; zeker wat gezondheid betreft zie je resultaten pas op de lange termijn. Maar er zijn veelbelovende initiatieven.
Binnen de groeiende MRA (Metropoolregio Amsterdam) heeft de lineaire stad aan de rivier Zaan een bijzonder asset door een unieke combinatie van stad en land: Meer dan de helft van Zaanstad bestaat uit open Hollandse landschappen en natura 2000 gebieden. Ook is de kwalitatieve doorontwikkeling van dit gebied gestoeld op een bredere, en integrale aanpak van verstedelijking, economie, duurzaamheid en kansengelijkheid, maar ook veiligheid en gezondheid. De gemeente en haar begroting zijn conform deze opgaven gestructureerd. De collega’s van verstedelijking zijn dus in continu gesprek met de andere opgaven, zoals gezondheid.
Wat de gezondheid zelf betreft bungelde Zaanstad een paar jaar nog onderaan een lijst van 25 steden. Dat is een behoorlijke incentive om het beter te doen. De kwalitatieve groei van Zaanstad vindt daarom binnen de bebouwde kom plaats: Zo blijven de natuur en het recreatielandschap behouden. Dat is een slimme zet voor de lange termijn en de nieuwe bewoners wonen dan nabij de al aanwezige maatschappelijke voorzieningen, maar ook bijvoorbeeld dicht bij de zes Zaanse treinstations. Daarbij komt een extra HOV-lijn, en bijvoorbeeld een Dam-tot-Dam fietsroute. Er zijn dus top alternatieven voor gezonde mobiliteit bijvoorbeeld. Ook de historisch aanwezige bedrijvigheid langs de Zaan verduurzaamt consequent en continu met het oog op de gezondheid.
Met oog op ‘gezonde’ en een meer duurzame verstedelijking oefent Zaanstad bijvoorbeeld concreet met de ‘circulair economy’. Projecten zoals Burano (circulair beton), Cleopatra, Durghorst en zwembad De Slag (circulair slopen en deels hergebruik), het Zaankwartier na ontwerp van Mecanoo (hergebruik industrieel erfgoed) maar ook het bedrijf Rebrick in Wormerveer (manueel maar ook machinaal schoonmaken van bakstenen voor hergebruik op grote schaal) laten zien dat circulaire bouwmethoden die voor minder gezondheidsschadelijke stoffen mogelijk zijn.
Er is zelfs een eigen werkgroep voor gezondheid op de lange termijn, omdat je de effecten van verbeteringen en zeker beleid pas na langere tijd kan meten. Laatst verzorgden deze collega’s nog een compleet uitgeboekte workshop op het congres ‘Natuurlijk’ in Zwolle. Maar er blijven volop uitdagingen, net als overal.
