De tuin van Wolbert van Dijk - NVTL

De tuin van Wolbert van Dijk

Wolbert van Dijk

Details

In rubriek De tuin van… vragen we diverse NVTL-leden met een bijzondere privétuin om hun tuin, ontwerp en vakkennis met het NVTL netwerk te delen, via een interview op NVTL.nl, in Het Kanaal en op de socials.

Wolbert van Dijk is landschapsarchitect en stedenbouwkundige en heeft sinds 2012 zijn eigen ontwerpbureau: Wolbert van Dijk landscape / urbansim. Wolbert werkt aan uiteenlopende ruimtelijke opgaven: van strategische gebiedsvisies en landschapsparken tot concrete inrichting van stedelijke openbare ruimtes. De kracht van het bureau ligt in het schakelen tussen schaalniveaus en het verbinden van belangen, disciplines en mensen. Heldere communicatie en het actief betrekken van belanghebbenden zijn daarbij essentieel – ze vormen de basis voor plannen die niet alleen gedragen worden, maar ook uitvoerbaar zijn.

www.wolbertvandijk.nl
info@wolbertvandijk.nl
@Wolbert.landscape.urbanism

Afbeeldingscredits: Wolbert van Dijk

di 3 februari 2026

Wil je vertellen over de achtergrond van deze tuin, en hoe de ruimte eruitzag voordat je ermee aan de slag ging?

In 2018 kocht ik dit perceel van circa 3.200 m² in Veessen, met daarop een verbouwde paardenstal en een grote loods, afkomstig uit de tijd dat hier een rietdekkersbedrijf was gevestigd. Na jaren gewerkt te hebben aan collectieve tuinen en openbare buitenruimtes – zoals de Tussentuin, Tuin de Bajonet en het Eiland van Brienenoord in Rotterdam – ontstond steeds sterker de wens om een eigen plek te ontwikkelen, buiten de stad, in het landelijke gebied. Een tuin die niet alleen ontworpen, maar ook bewoond, beheerd en doorleefd zou worden.

Het erf dat ik aantrof was functioneel en strak ingericht: een aangeharkt, verhard en in zichzelf gekeerd terrein, losgezongen van het omliggende landschap. Mijn ambitie was om deze plek te transformeren tot een weelderige, groene oase, opgenomen in het rivierlandschap van de IJssel. Een tuin als werk- en denkruimte, maar ook als experimenteerplek: een plek waar ontwerp, beheer en tijd samenkomen.

Het perceel ligt direct onderaan de primaire waterkering omringd door agrarische percelen, meidoornhagen en boomgaarden. Deze IJsseldijk grenst aan de voortuin; daarachter opent zich het weidse rivierlandschap met de uiterwaarden, een natura2000 gebied. Toen ik deze plek voor het eerst bezocht, werd ik onmiddellijk gegrepen door de gelaagdheid van het landschap. Vanaf de dijk is in de verte het Veluwemassief zichtbaar, terwijl onderaan het water van de IJssel rustig voorbij stroomt. Hier komen voor mij meerdere fascinaties samen: rivieren en delta’s, het werken met grote landschappelijke structuren en het verlangen om buiten te wonen en te werken.

In die zin sluit deze plek ook aan bij een langer gekoesterde droom. In het spoor van Mien Ruys – die het stedelijke Amsterdamse leven combineerde met een werk- en tuinpraktijk op het platteland – wilde ik mijn eigen groene domein ontwikkelen. Al van jongs af aan bezocht ik met mijn familie de modeltuinen in Dedemsvaart; haar manier van denken over ruimte, beplanting en tijd heeft mij blijvend beïnvloed.

Het transformeren van plekken is mijn vak en doorgaans zie ik snel de potentie van een locatie. Hier lag echter een andere uitdaging: ik was niet alleen ontwerper, maar ook tegelijk mijn eigen opdrachtgever. Dat maakte het ontwerpproces minder vanzelfsprekend en duurde het langer om grip te krijgen op de plek. Het ontwerpproces vroeg om meer aandacht, flexibiliteit, maatwerk en creativiteit. Ik merkte dat ik veel kritischer op mezelf, de keuzes en het ontwerp was.

De eerste stap was planologisch van aard: het omzetten van de bedrijfsbestemming naar wonen. Pas daarna kon het erf daadwerkelijk transformeren van een bedrijfsmatig ingerichte plek naar een tuin met landschappelijke waarde. Die transformatie zie ik nadrukkelijk als een stapsgewijs proces. Steeds neem ik een deel van het terrein onder handen, waarbij iedere ingreep is gericht op het versterken van de landschappelijke inbedding en het laten ontstaan van een tuin die mag meegroeien met de tijd. Niet gelijk groots en meeslepend, maar juist klein en flexibel.

 

Hoe ben je te werk gegaan?

Bij de transformatie van het erf heb ik er bewust voor gekozen om eerst de tuin en het landschappelijk raamwerk aan te pakken, nog vóórdat ik begon aan de grootschalige renovatie van de voormalige paardenstal tot woning. Het grote grondwerk en de herinrichting van het bedrijfsmatig ingerichte erf hadden voor mij prioriteit boven het interieur. Een woning is relatief snel af; een tuin heeft tijd nodig om te wortelen, te groeien en volwassen te worden. Die tijd wilde ik de tuin gunnen.

Het grootschalige grondwerk liet ik uitvoeren door een lokale loonwerker, met kennis van de bodem en het landschap. Na afronding van de woningrenovatie is het meer gedetailleerde uitvoeringswerk in de tuin uitgevoerd door een hovenier. Die gefaseerde aanpak maakte het mogelijk om eerst de grote structuren goed neer te zetten, voordat ik me ging richten op verfijning en beplanting.

Tijdens het grondwerk bleek dat er onder het maaiveld veel puin lag, dat eerst verwijderd moest worden. De bovengrond was hard en verdicht, maar na het afgraven en omwerken kwam de kenmerkende gele IJsselklei tevoorschijn. Voor mij is dit het goud van deze plek. Deze kleigrond is uitzonderlijk vruchtbaar en heeft een groot waterbergend vermogen. Door de bovenste lagen zorgvuldig te mengen met compost ontstond een rijke, levende bodem die de basis vormt voor de beplanting.

Het beheer sluit hier direct op aan. Blad en groenafval uit de borders laat ik liggen. Deze bovengrondse laag op de kleibodem stimuleert het bodemleven, voorkomt directe instraling van de zon en beperkt daarmee verdamping (ook wel mulchen genoemd). Het resultaat is een veerkrachtige bodem waarin vocht lang wordt vastgehouden, waardoor ik nauwelijks hoef te beregenen. De bodem vormt daarmee de basis voor het ontwerp en de beplanting.

Deze veerkrachtigheid is essentieel, omdat ik soms wekenlang afwezig ben. De tuin moet het dan volledig zelf kunnen redden, zonder water of verzorging. Het blijft telkens verrassend om te zien hoe de tuin erbij staat na een droge periode. Dat is voor mij het bewijs dat bodemtype en beplanting goed op elkaar zijn afgestemd.

In 2018 is in het kader van het programma Ruimte voor de Rivier de hoogwatergeul Veessen-Wapenveld gerealiseerd. Bij extreem hoog water – volgens de berekeningen van Rijkswaterstaat éénmaal in de tachtig jaar – verandert de omgeving in een eiland. Rond kerst 2023 was er sprake van uitzonderlijk hoge waterstanden; de geul stond op het punt geopend te worden. Hoewel dat uiteindelijk niet gebeurde, laten de steeds frequentere pieken in de rivierafvoer zien hoe dynamisch het rivierenlandschap is.

Ook dit dynamische omgang van het water speelt een bepalende rol in mijn ontwerp. Deze hoge waterstanden drukken het grondwater achter de dijk omhoog. Op de lagere delen van de tuin komt het grondwater dan boven het maaiveld. In plaats van dit fenomeen te bestrijden, heb ik het geformaliseerd en een plek gegeven in het hart van de tuin. Een bestaande verlaging heb ik vergroot en bewust geïntegreerd tot het hoogwaterbassin. Via twee traptreden daal je af naar dit lagere niveau, waar moeras- en oeverplanten groeien zoals valeriaan, wilg- en zeggesoorten, lisdodde, moerasmunt en moerasspirea — soorten die ook in de uiterwaarden voorkomen.

Bij hoge waterstanden in de IJssel vult deze ruimte zich met grondwater en transformeert zij tijdelijk tot een vijver. Zo wordt het ritme van de rivier letterlijk zichtbaar en ervaarbaar in de tuin. Water is hier geen uitzondering, maar onderdeel van het systeem — en daarmee van het ontwerp.

Kun je meer vertellen over de uitgangspunten van de tuin en beplanting?

In het ontwerp wil ik de tuin laten samenvallen met het omringende landschap. Vanuit het huis wil ik vanuit alle richtingen zicht hebben op de landschappelijke elementen van de IJsselvallei: de dijk, landerijen, meidoornwallen, knotwilgen, boomgaarden en boerderijen. Oorspronkelijk was het erf afgesloten door een 2,5 meter hoge beukenhaag en één entree. Door hagen te verlagen, brede doorgangen te maken en extra ingangen toe te voegen, is het erf opengezet naar de omgeving, waardoor het landschap letterlijk de tuin in kan ‘stromen’.

De bestaande groenstroken van essen en eiken zijn hersteld, afgestorven bomen vervangen en jonge zaailingen behouden. Zo ontstaat een speelse structuur die het erf op natuurlijke wijze verbindt met het omliggende landschap.

De uitbundige beplanting wil ik zo dicht mogelijk bij de woning laten doorlopen. Terrassen en openstaande deuren zorgen voor een naadloze overgang tussen binnen en buiten. Vasteplantenborders vormen levende schilderijen die het hele jaar door veranderen, met uitgeblóeide silhouetten die waardevol zijn voor vogels en insecten.

In de verdiepte tuin, het hoogwaterbassin met moerasbeplanting, is de structuur formeler. Hoge hagen en een gemengde wilde haag (meidoorn, liguster, kardinaalsmuts, gelderse roos) creëren intimiteit.

Hier zijn ook meerstammige bomen zoals de zevenzonenboom aangeplant, die winterstructuur, schaduw en late nectar bieden De oude notenbomen zijn door zichtlijnen opnieuw tot blikvangers gemaakt. Het verwijderen van hekken versterkt de relatie met omliggende landerijen en laat fauna toe in de tuin.

Ik zie de tuin als een seizoensgebonden schilderij dat zich iedere keer vernieuwt. De veranderingen in kleur, textuur en hoogte maakt het verrassend en de planten spelen met de wind, zon, mist en vorst. Het assortiment is gebaseerd op inheemse soorten en cultivars die passen bij kleigrond en wisselende waterstanden. Diepwortelende soorten zoals duizendblad, wolfsmelk, engelwortels, kaardebollen, distels en grassoorten bieden robuustheid en continuïteit. Zaailingen voegen spontane dynamiek toe. Kaardebollen zorgen met hun kenmerkende silhouetten voor jaarrond beeld, en vormen voedsel voor vogels (zoals de puttertjes).

Bollen, zoals kievietsbloem en sneeuwklok, zijn zorgvuldig gekozen op basis van kleigrond en wintervocht. De fantastische kievietsbloem is een herintroductie-experiment, geïnspireerd op uiterwaarden, terwijl sneeuwklokken zich succesvol hebben gevestigd en vroege nectar leveren. Zo verbindt de beplanting esthetiek, ecologie en ecologische veerkracht: een tuin die leeft met het landschap en zijn seizoenen.

Wat maakt deze tuin in balans?

Voor mij is balans in de tuin zowel ruimtelijk als ecologisch. Ruimtelijk is het erf stevig verankerd in het landschap: vanaf vrijwel elke plek zijn de dijk, landerijen en omliggende structuren zichtbaar, waardoor je altijd begrijpt waar je bent. Tegelijkertijd biedt de tuin nabij het huis intimiteit en rust. Vanuit de woning heb ik de terrassen laten doorlopen in bestrate wandelpaden, die aan de randen van het erf overgaan in gemaaide graspaden door de weides. De formele lijnen rond het huis contrasteren met de beplanting, waardoor de tuin enerzijds een oase van natuurlijke rust is, maar nooit chaotisch aanvoelt.

Ecologische balans speelt een even grote rol. Bij het ontwerpen heb ik de natuurlijke bewoners ook als uitgangspunt genomen: puttertjes, kwartels, fazanten, hazen en mussen moeten zichtbaar zijn vanuit het huis; vlinders en zoemende insecten merk je in de borders. Dat beïnvloedt de keuze en combinaties van hagen, meerstammige bomen, oude bomen en vaste planten. De beplanting is opgebouwd vanuit een balans tussen spontane zaailingen — zoals schermbloemigen fluitenkruid, akkerscherm, toortsen, klavers, duizendblad, digitalis en grassen — en volwassen cultivars van wolfsmelk, pimpernel en meerjarige korenbloemen.

Deze mix versterkt biodiversiteit, seizoensvariatie en veerkracht, en sluit aan op de bodemgesteldheid en het water- en lichtregime.

Balans in beheer is minstens zo belangrijk. De tuin moet op eigen benen kunnen staan: soms ben ik een maand afwezig, zonder water of verzorging. Toch blijft het geheel gezond en levendig. Bij terugkomst kan ik in één dag structuur en orde herstellen: hagen bijwerken, graspaden maaien en plantvakken bijsnoeien. Voor grote klussen, zoals boomverzorging of grondwerk, komt de hovenier jaarlijks een dag. Zo ontstaat een tuin die zowel robuust als onderhoudsvriendelijk is.

Onderhoudsprincipes volgen de natuurlijke cycli: borders afmaaien in februari en laten liggen om te mulchen, nieuwe vaste planten in de winter planten zodat wortels zich vestigen voor het droge voorjaar, en zaailingen zorgvuldig mengen met cultivars van inheemse planten. Het resultaat is een tuin met minimale uitval, weinig stress en een harmonie tussen ontwerp, beplanting en standplaats.

De balans in deze tuin is voor mij niet statisch, maar dynamisch: een samenspel van vorm, beplanting, ecologie en beheer, waarin de natuurlijke processen de tijd en ruimte krijgen om zich te ontwikkelen.

Waar ben je het meest trots op en waar beleef je plezier aan?

Voor mij is de tuin veel meer dan enkel een fysieke ruimte; het is een plek waar in mij terugtrek en tot rust kom. Zoals Daan Kloosterhuis schrijft in De tuin ben jij (2024): “In de tuin beleef je zowel plezier als teleurstelling; de tuin is een plaats van groei en neergang, van blijdschap en verdriet, van actie en reflectie… De tuin met zijn eeuwige cyclus van bloei en verval vormt de ideale omgeving om te reflecteren op de eigen levensloop. Een tuin is meer dan wat er staat — de tuin, dat ben jij.”

Deze woorden vatten goed samen hoe ik mijn eigen tuin ervaar. Mist, regen of zonlicht veranderen de beleving: de beweging van bijen, vlinders en vogels trekt mijn aandacht, brengt mijn gedachten tot rust en herinnert me aan de natuur om mij heen. Het ontwerp zelf weerspiegelt deze cyclus: de wisselende seizoenen, de combinatie van vorm en wildernis, de dynamiek van bloei en verval – het is onderdeel van het ritme van de natuur om ons heen.  Mijn persoonlijke natuurbeleving en gecombineerd met mijn ontwerpopvatting geeft mij veel plezier en geluk in mijn tuin.

Ik ben trots om het bereikt balans tussen beeld, beleving, onderhoud en tijdsinvestering. Het perceel van 3.200 m² kan veel tijd van je vragen, maar door de afstemming van bodem en beplanting blijft de tijdsbesteding in balans en heb ik ook genoeg tijd om er doorheen te lopen en ervan te genieten.

Ten slotte beleef ik plezier aan de fysieke en mentale aspecten van tuinieren. Het werk in de tuin is rustgevend, maar ook lichamelijk bezig zijn. In het begin zag ik het werken als tijdrovend, maar later zag ik het ook als een verlengstuk van mijn sportieve leven. Werken in de tuin is een goede toevoeging aan de sportschool. Zo wordt de tuin niet alleen een plek van rust en schoonheid, maar ook van vitaliteit.

Kortom, mijn plezier en trots liggen in de synergie van ontwerp, ecologie, seizoenen en lichamelijke beleving. De tuin is een harmonieuze combinatie van kunst, natuur en levensstijl – een levende omgeving die constant uitnodigt tot waarnemen, ervaren en bewegen.

Hoe zie je de relatie tussen het tuinieren en je werk als landschapsontwerper en stedenbouwkundige?

Ik heb geprobeerd om in mijn tuin een minibiotoop te maken waarin alle thema’s van mijn vak samenkomen. Bestemmingsplanwijziging, het zijn van eigen opdrachtgever, landschaps- en stedenbouwkundige randvoorwaarden opstellen, bodem- en waterbeheer, beplanting, routing en onderhoud – alles is hier in het klein aanwezig. Het is een plek waar ik kan experimenteren met principes die ik ook toepas in grotere projecten.

Het doorontwerpen op verschillende schaalniveaus is voor mij essentieel: inzoomen op details en uitzoomen om effecten op het landschap te zien. Dit doe ik continu in mijn werk als landschapsarchitect en stedenbouwkundige, en hetzelfde proces heb ik toegepast op mijn erf. Het erf is opgenomen in het landschap, de juiste beplanting is gekozen, het watersysteem is geaccepteerd en nadrukkelijk onderdeel van het ontwerp gemaakt. Het grootste compliment dat een ontwerp kan krijgen is dat het vanzelfsprekend aanvoelt – alsof het er altijd al was. Dit principe van ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid, dat ook landschapsarchitect Bijhouwer vertelde, geldt zowel voor mijn tuin als voor grotere publieke projecten.

De tuin is tevens een plek van maatschappelijke observatie. Sinds 2018 ervaar ik direct de effecten van droogte, hoge waterstanden, de gevolgen daarvan voor landbouw en natuur. Ook is zichtbaar hoe vastgoed investeringen, zoals die van Roompot, de kleine campings binnen de regio opkopen. Kleinschalige recreatie wordt vervangen door luxe vakantieparken. De gesprekken met gemeenten, buren en ondernemers geven inzicht in de spanningen binnen de gemeenschappen over dit soort ontwikkelingen. Dit vergroot mijn bewustzijn over hoe landschaps- en stedenbouwkundige keuzes sociale en ecologische impact hebben.

Net zoals mijn plek in Rotterdam biedt deze plek een brede blik op maatschappelijke effecten, en stimuleert het nadenken over collectiviteit, gezondheid en publieke ruimte. In mijn werk richt ik mij daarom op projecten die gemeenschapszin versterken, zoals woonwijken, parken, pleinen, getijdenparken, collectieve wijktuinen in plaats van privétuinen.

Mijn tuin fungeert als leerschool: ik kan ontwerpen, observeren, aanpassen en experimenteren. Het versterkt mijn vakmatige intuïtie en vormt een voortdurende bron van inspiratie. Zoals Kloosterhuis het zegt: “De tuin dat ben jij” – en in mijn geval geldt dat net zo goed voor de manier waarop ik mijn werk als landschapsarchitect en stedenbouwkundige benader. De tuin vormt mij, en ik neem deze inzichten mee in mijn ontwerpen.

Ik ben trots om het bereikt balans tussen beeld, beleving, onderhoud en tijdsinvestering. Het perceel van 3.200 m² kan veel tijd van je vragen, maar door de afstemming van bodem en beplanting blijft de tijdsbesteding in balans en heb ik ook genoeg tijd om er doorheen te lopen en ervan te genieten.

Ten slotte beleef ik plezier aan de fysieke en mentale aspecten van tuinieren. Het werk in de tuin is rustgevend, maar ook lichamelijk bezig zijn. In het begin zag ik het werken als tijdrovend, maar later zag ik het ook als een verlengstuk van mijn sportieve leven. Werken in de tuin is een goede toevoeging aan de sportschool. Zo wordt de tuin niet alleen een plek van rust en schoonheid, maar ook van vitaliteit.

Kortom, mijn plezier en trots liggen in de synergie van ontwerp, ecologie, seizoenen en lichamelijke beleving. De tuin is een harmonieuze combinatie van kunst, natuur en levensstijl – een levende omgeving die constant uitnodigt tot waarnemen, ervaren en bewegen.

'Mijn fascinatie voor de groei van wilde Kievitsbloem op mijn arm getatoeëerd'. Teken van hoop en de verschillende cycli van het leven.